NoSpang.com

'Groot dictee der Nederlandse taal is waanzin' E-mailadres
maandag, 22 december 2014 04:42

COLUMN - Ieder jaar wordt er in Nederland op televisie in live een plechtige dicteerace gehouden waar uitsluitend exquise kopstukken uit de politieke arena, uit de wereld van kunstzinnige expressies en het literaire reservaat aan kunnen deelnemen. Met het puntje van de tong naar buiten gefloept, de oren gespitst op de serene voorgelezen tekst probeert men zoveel als mogelijk het gesproken woord goed tot het gehoor toe te laten. Het dictee is een tekst die een leraar voorleest en ...

welke door leerlingen moet worden opgeschreven. De didactische functie ervan is dat men leert oefenen in het correct spellen, verbuigen en vervoegen . Echter, de dicteetekst is gewoon een opsomming van zinnen, gelardeerd en opgesmukt met allerlei populair klinkende termen waarvan de gemiddelde Nederlander gelijk een hond er geen brood van lust. Uiteraard speelt hier nog een keer op de spraak van de desbetreffende voorlezer.

Hoe geijkt en neutraal is de spraak van de voorlezer dat die zonder fonetische dissonantie zodanig in de oren van de luisteraar binnen gonst dat betrokkene op het papier exact dat neerpent wat letterlijk door de voorlezer is verklankt. Hierbij hoeft het accent, hetgeen door Nederlanders als hoofdboosdoener t.a.v. van de onverstaanbaarheid wordt nagewezen, geen rol te spelen maar voornamelijk de logopedische kwaliteit van de voorlezer. De beoordelingsnormen van zogenaamde taalfouten zijn dan ook niet neutraal en objectief maar spruiten voort komen uit de denktank van de verzinner van zo’n dicteeoefening en niet uit de praktijk van het hedendaagse taalgebruik .

Hierdoor is de positieve uitslag voor een gemaakte dicteeoefening geen graadmeter betreffende een mogelijke uitstekende kennis, ontwikkeling en vaardigheid in de taal. Eén van de fundamentele steunpilaren van het dictee is samen met het wegebben van het verschil tussen de spreek- en schrijftaal,helemaal geëlimineerd. Toen de schrijftaal formeel bestond en waar elk geschreven opstel kwalitatief aan werd gespiegeld, had het dictee
nog een reflectie. Tegenwoordig slaagt men er niet eens in om een boodschappenbrief in een spreektaal neer te zetten zonder dat de kronkel in het ene zinsdeel amoureus lonkt naar zijn spiegelbeeld in het volgende zinsdeel.   

Als het gaat om de vermeende eclatante taalbeheersing bij Nederlanders dan staan velen graag in de file om aan die kwaliteit welke ze zichzelf graag zouden willen toedichten, uitdrukking te geven. Er zijn weinig mensen die taalverloedering in Nederland durven erkennen maar wel velen die met hun geestesoog een groeipotentie in het Nederlands menen te ontwaren. Wat is precies waar? Uitgaande van de native speakers moet ik de optimisten teleurstellen met het bericht dat het Nederlands veel slechter wordt gedragen dan zelfs de kleine Skandinavische talen die enkel in het land van herkomst worden gebezigd en verder nergens. Men formuleert in deze kleine talen betere zinnen dan wat de gemiddelde Nederlander in zijn/haar eigen moedertaal presteert.

Het onderdeel “opstel schrijven “maakt nog steeds een substantieel onderdeel uit van deze talen terwijl dit onderdeel in het Nederlands ergens inde jaren tachtig werd afgeschaft. Waarom is eigenlijk het dictee overeind gehouden? Neem verder Frankrijk als voorbeeld. In Parijs staat een instituut dat niet alleen waakt voor de taalzuiverheid door op spellingperikelen te blijven talmen maar ook op de syntactische kwaliteiten, waar in Nederland nul -komma -nul aandacht aan wordt besteed! De jongeren vooral beijveren zich in het geheel niet kwalitatief goede zinnen te formuleren maar bedienen zich bij voorkeur van maniëristische woorden welke doorgaans niet hoger torenen dan de éénlettergrepige kreten tijdens de geneugten van het bed.

De taal-kust-bewakers hopen met hun dictee-breakdance de taalinteresse bij mensen te kunnen vibreren en pulseren maar haaks op dit streven heb je de redacties van kranten en opiniesites die bij voorbaat laten weten niets te willen van samengestelde zinnen met een flink aantal bijzinnen en dure, niet gangbare woorden. Het dictee daarentegen wekt de suggestie dat het juist daarom draait. In het verlengde hiervan zou je je kunnen afvragen of de romans' van Vestdijk, Louis Couperus, Edu Perron etc. op de brandstapel zouden moeten omdat die onleesbaar zijn geworden voor de huidige generatie.

Kwalitatief wordt het Nederlands in actieve vorm nog gebruikt in Suriname en België en sporadisch binnen een rokerige elitaire beslotenheid in Indonesië. Als ik mij beperk tot de in zwang zijnde taalnijverheid in Nederland waaronder Lingo, Tien voor Taal, etc. dan moet ik gelijk denken aan de hitsige kerkkoor op de televisie waarmee men hoopt de leegloop van de kerken in Nederland te kunnen terugdringen. Het Nederlands taalgebied heeft te kampen met een "leegloop" als gevolg van een "taal-urbanisatie" omdat men het belangrijker is gaan vinden om veel tijd te investeren in een moderne, vreemde taal dan in het Nederlands zelf waarin tegenwoordig niet eens de hond bij het passeren van de Nederlandse grens wenst te grommen. Hierdoor is het Nederlands gereduceerd tot een reddingsmiddel voor asielzoekers om er hun weg in de Nederlandse samenleving te kunnen vinden met het Groot Dictee van de Nederlandse taal als een onhoorbare achtergrond muziek.
(Rabin Gangadin)


 


We hebben 923 gasten online

Polls