NoSpang.com

'De bakker met de hasjtaart' E-mailadres
woensdag, 13 november 2013 16:48

COLUMN - U kent vast die mop van die twee mannen die bij de bakker om hasjtaart vragen en de bakker deze niet in zijn assortiment heeft. Wanneer de bakker bij het derde verzoek de hasjtaart besluit te gaan maken, wordt hij de keer daarop gearresteerd. De twee klanten blijken undercoveragenten. Deze mop stamt uit de begin jaren negentig. Ik weet nog toen ik de mop voor het eerst hoorde, ergens sympathie voor de bakker voelde opkomen. Ik beeldde mij in dat de altijd hardwerkende ...

bakker zou wegkwijnen in een cel waarvan de sleutel diep begraven zou worden. Toch gek, aangezien ik destijds ook begreep dat het vervaardigen van hasjtaarten met de intentie deze te verkopen onder de Opiumwet valt en dit derhalve strafbaar is.

Ergens kon ik het toch niet verkroppen dat deze bakker gestraft zou worden, omdat hij enigszins verleid werd tot het maken van deze hasjtaart. Ik richtte me tot familieleden met deze kwestie. Daar werd ik niet wijzer van. Zij hadden het over integriteit, eer en geweten, over dat hij zijn vakmanschap als bakker misbruikte om taarten te bakken met in plaats van marsepein-cremelaagjes, te vullen met  hasjies uit Afghanistan. 

De eind jaren negentig kwamen in beeld. Ik leerde op school over vraag en aanbod. “Zolang er vraag is, zal er aanbod zijn”, zei mijn meester in groep acht. Een van de slimmere leerlingen stelde de vraag andersom. De meester haperde even, maar zei standvastig dat de economie begint bij een vraag, een nood, een behoefte..

Ik dacht terug aan de vraag van de twee agenten in het geheim, dat zonder deze vraag de bakker ook niet in de verleiding was gekomen en dat de vraag ook niet eens een echte vraag was en dat deze vraag bedoeld was om de zwakkere mensen uit de maatschappij onnodig te straffen.

In mijn leven dacht ik nog vaak terug aan de bakker die hasjtaart produceerde. Ik vroeg mij af, als dit met mijn buurt-bakker zou overkomen, zou dan de Vereniging Van Bakkers opkomen voor het slachtoffer en noemen dat die verdomde nepagenten maken dat alle bakkers hun werk niet goed kunnen uitvoeren? En dat deze nepagenten zorgden voor een smet op hun eerlijke roomwitte taarten? 

Of zou dan het hele banketbakkerswezen zeer verontwaardigd zijn? Hoe deze nepagenten omgaan met onschuldige bakkers die het volk van brood en banket voorzien. Zou dan de actie van de nepagenten als louter verzonnen worden bestempeld? Dat het onmogelijk zou zijn dat een bakker met een smetteloze staat van dienst, zich gaat bezighouden met het bakken van taarten met hasj.

En oja, zouden alle omwonenden of het volk dat brood bij hem koopt woedend zijn dat de bakker nu opgesloten is? Zou de natie en rechtsorde geschokt zijn en hij bijgestaan worden door een team van advocaten? Toen ik verder studeerde leerde ik over autonomie, zelfbeschikking, maar ook over karma, goed en kwaad en extistentialisme.

Dit laatste heeft te maken met, de zin van het bestaan, dat de mens zich definieert door middel van zijn eigen daden en hierin altijd de verantwoordelijke blijft. Het existentialisme gaf mij antwoord op die flauwe mop uit de begin jaren negentig, die mij altijd bleef bezighouden.

Nu scheen voor mij nieuw licht op de casus van de bakker die heimelijk aan zijn hasjtaart werkte en vervolgens gearresteerd werd toen hij deze aanbood nadat het hem meerdere malen gevraagd was.
Bakker van de hasjtaart, in het Surinaams zeggen we: Ba suku, ba fini, ba tjari.

 

 


We hebben 334 gasten online

Polls