NoSpang.com

'Buurman Langa en het werk van God' E-mailadres
woensdag, 28 augustus 2013 14:37

COLUMN - We waren buren. Het was mijn eerste woning. Een zogenaamde maisonnette, een woning in een wijk waar niemand wilde wonen. Hij reed een bijna nieuwe X5, had twee pitbulls en draaide de hele dag door gangsterrap. “Every day I’m hussling” was zijn favoriet. Toen we een jaar of tien waren zaten we beiden op dezelfde karateschool. Maar toch begroetten we elkaar niet in het portiek. Ik wist nog dat hij grinnikte wanneer hij met sparren een klap kreeg. Overdag was er weinig ...

teken van leven op nummer 26. Maar in de nacht werd dat gecompenseerd. Ik had er geen last van, hij had een elektrische bel aangesloten en een minicamera geplaatst bij zijn voordeur, waardoor hij zijn klanten al van ver aan zag komen.

Zijn klanten droegen versleten kleding en zagen eruit als zombies. Ingevallen jukbeenderen, geel oogwit, vaalbleke huid en mager, graatmager. Zij maakten geen oogcontact, leken iedere vorm van menselijk contact te schuwen. Soms hoorde ik hem zeggen dat ze niet zonder geld moesten komen, dat wanneer ze naar de bakker gaan, ook voor een brood moeten betalen. Dat had hij fout, een enkeling van hen, zag ik op de woensdagmarkt, aan het einde van de dag. Die kreeg van enkele koopmannen gratis wat waar mee. Buurman, die een look a like van Snoop Dog was, sprak in Engelse termen. Het blok was van hem. Hij had de beste dope, de beste shit. Zijn junkies spacede het hardst.

“Mensen als ik moeten shinen”, zei hij. “En je glimt alleen als je money maakt.”
Een keer kwam ik bij hem binnen, toen ik mijn huissleutel binnen vergeten was. In de gang staarde ik naar wat fanowdo gerei.
“Culturu” zei hij. “Geloof je niet?”
“Nee, atheist”.

Hij keek me verbaasd aan. Ik legde hem uit wat atheïst betekent. “Geen Winti, noch Jezus of Allah, geen hogere macht, dan ik,  ik geloof  in mezelf”. De honden zaten in een kennel en in de keuken werd er cocaïne gekookt in een pannetje met vloeistof. Op dat moment leek hij op een laborant. Hij ging secuur te werk, met micro weegschaal en chirurgische instrumenten.

“Jij zat ook toch op karate”, vroeg hij terwijl hij het goedje zorgvuldig mengde. Op zijn gezicht verscheen een onschuldig lachje. Diezelfde wanneer hij met het sparren, tikken kreeg. Ik bevestigde en noemde hem bij zijn voornaam. Mensen noemen mij “Langa”, corrigeerde hij mij. Ik observeerde hem nog eens van top tot teen en begreep het verband tussen de bijnaam en zijn lengte.

Niet lang erna verhuisde ik. Jaren verstreken tot ik hem van de week bij een pompstation zag. Ik vroeg hem hoe het met zijn “business” ging. Nu droeg hij een keurig gestreken overhemd en daaroverheen schitterde een zilveren ketting met een dikke kruis. “Mijn enige business is Jezus Christus en de Heer.. Ik heb me rug toegekeerd aan de duivel en zijn praktijken.”

Ik keek verbaasd op.
“Jij?” vroeg ik. “De man met de beste bori van de hele stad?”
“Ja broer” en reikte mij een flyer waar Jezus genageld aan een kruis, was afgebeeld.
“Ik shine. Ik glim en glinster, maar door de hand van God.”
“En je klanten dan?” vroeg ik met open mond.
“Die heb ik stuk voor stuk laten komen, met een smoes, dat ik goede dope had. Binnen heb ik ze gezegd dat dit Satans werk is. Dat ik ze vergif heb gegeven, maar ook dat er hulp is voor ze. Dat degene die levende zombies van hen heeft gemaakt, ook weer hun redder kan zijn. En vroeg daarna om vergiffenis.”
“En?”
“Ze hebben met vergeven. Nu maak ik Gospel Rap en praat ik met jongeren die het verkeerde pad hebben gekozen.”
Er viel een stilte.
“Ben je nog steeds atheïst” vroeg hij mij toen. Het verwonderde mij dat hij die term had onthouden.
Ik knikte.
Hij antwoordde dat de deur van de kerk altijd open staat. We begroetten elkaar met een stevige hand, in plaats van met een boks. Daarna gaf hij me een omhelzing en zei dat ik een goede buurman was, altijd serieus en shit. Ik knikte en lachte voorzichtig.
“Het ga je goed”, zei ik.

Ik reed weg, in de auto keek ik nog even in mijn achteruitkijkspiegel. Daar verscheen hij in. Hij zwaaide nog even na.
“Jezus!, wat een verhaal” zei ik hardop toen hij uit mijn zicht verdween. Toen ik thuis kwam, had ik een rare deja vu ervaring. Alsof ik dit eerder had beleefd. Toen wist ik het.

In dezelfde periode dat hij bekeerd was, schreef ik een kort verhaal toen ik meedeed aan een schrijfwedstrijd. Hier  beschreef ik hoe een huisdealer een visioen kreeg, zijn drugs door de plee spoelde en zich naar de kerk haastte en daar wanhopig hulp zocht. De inspiratie van de hoofdpersoon had ik ontleend aan mijn Buurman Langa, die ik zoveel meer gunde dat huisdealer zijn.

Ik las het stuk dat ik nooit had ingezonden een aantal maal en hoorde in gedachten zijn stem die me bij de pomp exact hetzelfde vertelde als wat in mijn verzonnen verhaal plaatsvond. Ik kan zeggen dat dat eerste verhaal mijn werk was, dat wat ik op dat moment schreef, later echt zou gebeuren, pure toeval was.

Mogelijk dat het te maken had, met de kracht van verbeelding. Ik kan zeggen dat ik mijn schrijftalent zelf heb ontwikkeld, dat ik gezond en gelukkig ben, omdat ik daarnaar leef en gedraag. Ik kan zeggen dat buurman Langa zelf tot reflectie is gekomen, maar dan heb ik toch het idee dat ik iemand daarmee tekort doe.
God, bedankt.


 


We hebben 439 gasten online

Polls