NoSpang.com

Algemene informatie Suriname


ALGEMENE INFO





In 1593 werd Suriname door de Spanjaarden in bezit genomen, maar al snel weer verlaten. Ook Nederlanders stichtten er een vestiging, die echter evenmin stand hield. Na 1650 vestigde een groep Engelse kolonisten uit Barbados zich met succes aan de Surinamerivier. In 1667 telde hun kolonie 175 plantages en ruim 4000 kolonisten en slaven.

In 1667 veroverden de Zeeuwen onder leiding van Abraham Crijnssen Suriname en na de Vrede van Breda konden zij Suriname in bezit houden. In 1682 droeg de provincie Zeeland de kolonie over aan de West-Indische Compagnie (WIC), die een aparte naamloze vennootschap stichtte. Eenderde van de aandelen kwam in handen van de WIC, eenderde van de stad Amsterdam en eenderde van de familie Van Aerssen van Sommelsdijk.

Cornelis van Aerssen, werd de eerste gouverneur van Suriname. Hij zette zich in voor de vergroting van het aantal plantages. Door oorlog te voeren tegen de Indianen en de weggelopen slaven maakte hij Suriname aantrekkelijk voor Europese investeerders. Alle opvolgers van Van Aerssen zetten deze politiek ten gunste van de plantagelandbouw voort.

De Surinaamse koffie en suiker werden op de Nederlandse markt verkocht. Nederlandse beleggers hebben tussen1751 en 1773 meer dan 60 miljoen in Suriname geïnvesteerd. In 1773 maakte een crisis op de Amsterdamse beurs een plotseling einde aan de kapitaaltoevoer naar Suriname. Veel planters hadden te veel geleend en konden de rentebetalingen en de aflossing niet voldoen en waren verplicht hun plantages te verkopen aan de geldschieters in Nederland. Voor de slaven was deze verandering van weinig betekenis. Zij bleven gedwongen om hun arbeid ter beschikking van de plantages te stellen. Hun aantal werd rond 1800 op 50.000 geschat.

Na de verovering van Suriname door de Engelsen in 1799 werd in 1806 de aanvoer van slaven uit Afrika verboden. Door deze maatregel kon het sterfteoverschot onder de slaven niet langer door nieuwe aanvoer gecompenseerd worden. Doordat tweederde van de aangevoerde slaven mannen waren nam het aantal slaven langzaam af. Tevens liep een deel van de slaven weg en deze weglopers vormden aparte gemeenschappen, die de koloniale regering niet kon vernietigen en waarmee zij vredesverdragen afsloot om de plantages voor verdere aanvallen te vrijwaren. Deze voormalige slaven kregen de naam bosnegers.

In 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft en in 1873 werden de ex-plantageslaven echt vrij. In dat jaar verviel hun verplichting om jaarlijks een arbeidscontract met een plantage-eigenaar af te sluiten. Om het tekort aan arbeidskrachten op te vangen werden vele plantages samengevoegd. In 1862 telde Suriname 216 plantages, in 1913 nog 79. De totale opbrengst aan suiker bleef overigens door de eeuwen heen vrijwel constant, wel verdwenen de koffie, de cacao en de katoen.

Hoewel deze vorm van landbouw steeds minder economische betekenis kreeg, bleef de koloniale politiek gericht op de bevordering van deze sector. De overheid voerde ruim 30.000 Brits-Indiers naar Suriname en ruim 33.000 Javanen, die zich voor hun verscheping hadden verplicht voor de duur van vijf jaar op de plantages te werken, waarna ze naar huis konden terugkeren. In 1916 kwam aan de invoer van Brits-Indiers een einde door nationalistische oppositie in India tegen deze vorm van arbeidsmigratie. Aan de aanvoer uit Java kwam een einde door de achteruitgang van de plantages. Ongeveer tweederde van de Indiase en Javaanse contractarbeiders keerde overigens niet naar huis terug, maar vestigden zich in de kolonie, nadat de koloniale overheid na 1890 het bezit van kleine percelen voor de voedsellandbouw begon te bevorderen.

Buiten de plantagelandbouw waren er maar weinig economische alternatieven. De vondst van goud zorgde voor werk voor een deel van de voormalige slaven., terwijl de groei van het overheidsapparaat eveneens een aantal arbeidsplaatsen schiep. Van een industriële ontwikkeling in Suriname was maar beperkt sprake. Rond 1970 verdiende 23% van de beroepsbevolking zijn brood in de landbouw, 15% in de industrie en 40% in de dienstensector (overheid, ambachten).

De sociale structuur van Suriname werd in sterke mate beïnvloed door het gebrek aan contacten tussen de verschillende bevolkingsgroepen. De slavenemancipatie van 1863 had tot gevolg, dat een groot deel van de oorspronkelijk uit Afrika afkomstige bevolking de plantagelandbouw de rug toekeerde en zich richtte op werk in de bos- en mijnbouw en in de dienstensector. Hun plaats in de landbouw werd ingenomen door de Hindoestanen en de Javanen. Aan de top bevonden zich de blanke plantagehouders en de uit Nederland afkomstige bestuursambtenaren. De kleine creoolse middenstand voelde zich met de blanke bovenlaag verbonden.

De sociale machtsverhoudingen werden weerspiegeld in de Staten van Suriname, die in 1866 werden ingesteld. De leden van de Staten van Suriname werden tot 1901 benoemd door de gouverneur, daarna werden zij gekozen volgens het censuskiesrecht. In 1948 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd.

Na de oorlog werd Suriname een ruime mate van zelfbestuur verleend. In het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (1954) werd de positie van Suriname en de Nederlandse Antillen geregeld. Sedertdien werd door de politieke partijen een lossere band met het Koninkrijk nagestreefd. Delen van de voornamelijk onder de creoolse bevolkingsgroep aanhangers tellende Nationale Partij Suriname (NPS) en de Partij Nationalistische Republiek (PNR) streefden naar zelfstandigheid op korte termijn. De door Lachmon geleide Hindoestaanse Vatan Hitkari Partij (VHP) wenste nog een band met Nederland.

Onder premier Pengel (Foto rechts) en zijn opvolger J. Sedney nam het verzet tegen de slechte sociaal-economische situatie toe. Zo waren er stakingen bij het onderwijs (die tot de val van Pengel leidden) en bij de Suriname Aluminium Company (Suralco), terwijl begin 1973 een algemene staking plaatsvond. Bij parlementsverkiezingen in 1973 wist de Nationale Partij-kombinatie (NPK) de overwinning te behalen. Arron, voorzitter van de NPS en de NPK, vormde een nieuwe regering, die aankondigde het land voor eind 1975 onafhankelijk te willen maken. In oktober 1975 werd in het Nederlandse parlement een wet tot wijziging van het Koninkrijksstatuut aanvaard. In Suriname bereikten premier Arron en oppositieleider Lachmon, die zich tot dan toe zeer had verzet tegen onafhankelijkheid, overeenstemming over de Grondwet, die daarna werd aangenomen.

Op 25 november 1975 werd de onafhankelijkheid van Suriname een feit. Ferrier, tot dan toe gouverneur, werd de eerste president. Premier Arron bleef leider van een NPK-kabinet. Na de eerste parlementsverkiezingen in het zelfstandige Suriname in oktober 1977, die door de NPK werden gewonnen, vormde Arron opnieuw een regering. In februari 1980 kwam een oud conflict tussen regering en beroepsmilitairen over de oprichting van een vakbond tot uitbarsting, wat uitliep op een militaire staatsgreep (25 februari1980). De burgerregering verdween en een aantal van de opstandige militairen, ondermeer Sital en Desi Bouterse, vormde een Nationale Militaire Raad (NMR), die verklaarde de macht overgenomen te hebben. Zij kondigden aan dat zij de corruptie willen beëindigen en belangrijke hervormingen willen invoeren. President Ferrier was aanvankelijk bereid de staatsgreep min of meer te legaliseren op voorwaarde dat er een burgerregering zou komen. Deze werd half maart gevormd en geplaatst onder leiding van Chin A Sen, een vooraanstaand lid van de PNR. Half mei aanvaardde het parlement een machtigingswet, die de regering verstrekkende bevoegdheden gaf en de rol van de volksvertegenwoordiging sterk verminderde. In de volgende jaren kende Suriname regeringen van verschillende signatuur. Wel hadden de militairen onder leiding van Desi Bouterse ( 'Bevel') het laatste woord. Een dieptepunt vormden de decembermoorden van 1982, waarbij vijftien prominente oppositieleden door de militairen werden geëxecuteerd.

Door de politieke onvrijheid, de almaar verslechterende economische situatie en het ontstaan van een guerrilla onder leiding van Ronnie Brunswijk in de binnenlanden slonk de populariteit van Desi Bouterse. Uiteindelijk zagen de militairen zich gedwongen met de oude politieke partijen in overleg te treden. Dit leidde tot het referendum en de verkiezingen van 1987, die de oude partijen weer in het kabinet brachten. De president, R. Shankar, werd de belangrijkste man in het land. De militairen behielden echter, ondanks hun zware nederlaag tijdens de verkiezingen, achter de schermen grote macht.

Vanaf 1987 kwam het overleg met Nederland over het hervatten van de ontwikkelingshulp weer op gang. Maar in 1990 werd de inmiddels hervatte hulp opgeschort na een nieuwe staatsgreep, door militairen op kerstavond. In de daarna uitgeschreven verkiezingen kwamen de oude partijen, verenigd in het Nieuw Front, als grootste partij naar voren.

Ronald Venetiaan werd in september 1991 als opvolger van interim-president J. Kraag tot president gekozen en vormde met leden van Nieuw Front een regering die een grotere toenadering tot Nederland zocht. In juni 1992 tekenden Nederland en Suriname een vriendschapsverdrag. Hiermee kwam ook een protocol tot stand over de besteding van de 1, 3 miljard gulden die Suriname nog krachtens een verdrag uit 1975 van Nederland te goed had. Beide staten spraken af vooral de georganiseerde grensoverschrijdende misdaad aan te pakken.

In 1994 was er grote sociale onrust vanwege de uit de hand lopende inflatie (meer dan 300% op jaarbasis), die vooral de salarissen van overheidspersoneel uitholde. De economische situatie was zo chaotisch dat het land op de been moest worden gehouden met geld en voedselpakketten uit Nederland.

Nieuwe hulptoezeggingen van Nederland en een vergelijk met Den Haag bleven uit, omdat Suriname het IMF en de Wereldbank niet wilde accepteren als toezichthouder op zijn herstelprogramma. Ook 1995 stond in het teken van de moeizame pogingen van de regering om te komen tot een economisch saneringsprogramma.

Bij de parlementsverkiezingen van mei 1996 verloor het Nieuwe Front (NF), een coalitieverband van vier partijen en raakte het de meerderheid in het parlement kwijt. De NPD van Desi Bouterse was een van de grote overwinnaars. Het was evenwel aan het uiteenvallen van de NF-coalitie te danken dat Jules Wijdenbosch bij de presidentsverkiezingen van september oud-president Ronald Venetiaan kon verslaan. Dit laatste tot grote teleurstelling van de Nederlandse regering en het parlement, die vreesden dat Bouterse zich achter de schermen de ware machthebber zou tonen.

Op het gebied van de drugshandel behield Suriname zijn slechte naam. Met name de cocaïnehandel speelde een belangrijke rol bij het slechte prestige van Suriname. Bouterse zal in een strafproces voor de Nederlandse rechtbank misschien veroordeeld worden. Het is nog onduidelijk of hij ook daadwerkelijk zal verschijnen.




Geografie
Het landschap van Suriname is te verdelen in drie delen die van zuid naar noord lopen:

1. Het bergland van Suriname beslaat ruim 80% van de oppervlakte en is een onderdeel van het hoogland van Guyana. In tegenstelling tot de situatie in Guyana is binnen de grenzen van Suriname van de zandsteenbedekking vrijwel niets overgebleven. Door verwering is in het bergland een bovenlaag ontstaan van sterk wisselende dikte. In het zuiden strekken zich van west naar oost het Acaragebergte, het Grensgebergte en het Toemoek-Hoemakgebergte uit. Laatstgenoemde keten vormt de waterscheiding tussen de naar de oceaan in het noorden en de naar het zuiden (Amazone) stromende rivieren. De gebergten van het midden van Suriname vormen in het algemeen de waterscheidingen tussen de grote rivieren. De hoogste bergen zijn de Julianatop (1280 m) en de Tafelberg (1080 m) in het Wilhelminagebergte.

2. Ten noorden van het bergland strekt zich een laag en golvend landschap uit , dat voor het merendeel bestaat uit zuivere kwartszanden die sterk waterdoorlatend en onvruchtbaar zijn. Vernieling van het oerwoud heeft als gevolg gehad dat hier een echte savanne is ontstaan. De overgang van oerwoud aar savanne is meestal geleidelijk.

3. De kustvlakte van Suriname bestaat uit een zuidelijk deel. Daar is de verwering erg intensief geweest. Hierdoor zijn bijna alle mineralen opgelost en is er bauxiet ontstaan. Het noordelijk deel bestaat uit jongere afzettingen die ontstaan zijn door de samenwerking van de rivieren en de zee. Door de rivieren aangevoerde en van de zeebodem afkomstige zanden vormden met schelpen uit zee strandwallen. In de lagunen daartussen werd slib afgezet. Zo ontstonden moerassen. Door inpoldering zijn hier in de 17de en 18de eeuw plantages ontstaan die later weer zijn verlaten. De eigenlijke kust is een brede modderplaat, hierdoor ontbreken zandstranden helemaal. De kust van Suriname krijgt grote hoeveelheden slib te verwerken afkomstig van de Amazone. De aanslibbing bevorderd de groei van mangroven en parwawouden. Tussen de wortels wordt slib vastgehouden. Hierdoor komen de mondingen van de kleinere rivieren steeds verder naar het westen te liggen.

De afwatering gaat via een aantal parallel lopende van zuid naar noord stromende rivieren. De grootste rivieren van Suriname zijn de Corantijn en de Marowijne. In beide rivieren komen talrijke eilanden voor en aan de monding is de breedte ongeveer 10 km.

De andere grote rivieren zijn de Coppename, de Saramacca en de Suriname (rivier). Kleinere rivieren zijn o.a. de Nickerie, de Commewijne en de Cottica. Alle rivieren zijn in de lage kuststreek goed te bevaren. Verder stroomopwaarts en op de kleine rivieren kan men gebruik maken van de grote stuwende werking van de vloed. De waterafvoer is zeer groot. In de regentijd overstromen de rivieren de moerasgebieden. Alle rivieren hebben bij de overgang van het bergland naar de savanne stroomversnellingen.




Het Klimaat
Suriname heeft voor het grootste deel een tropisch regenwoudklimaat. De droogste maanden zijn in het algemeen september en oktober. Suriname heeft een dubbele regentijd. In januari regent het flink, maar van april tot en met juli is de grote regentijd. Aan het eind van de regentijden komen soms hevige buien voor. De gemiddelde temperatuur is in Paramaribo 27,3 graden Celsius. De gemiddelde dagelijkse maximumtemperatuur is het hoogst in oktober en het laagst in januari . De gemiddelde minimumtemperatuur bedraagt het gehele jaar door ongeveer 23 graden. De relatieve vochtigheid bedraagt gemiddeld 80%. De winden waaien overheersend uit oostelijke richtingen en zijn over het algemeen zwak met snelheden van tussen de een en twee meter per seconde. Het klimaat in het binnenland wijkt weinig af, in het algemeen is de neerslag er hoger.

Bronnen:
Beatty, N.B. / Suriname
Chelsea House, 1999
Encarta, 1998
Leuwsha, T / Reishandboek Suriname
Elmar, 1997
Noordegraaf, W / Suriname
ANWB, 1994

Het landschap van Suriname is te verdelen in drie delen die van zuid naar noord lopen:

1. Het bergland van Suriname beslaat ruim 80% van de oppervlakte en is een onderdeel van het hoogland van Guyana. In tegenstelling tot de situatie in Guyana is binnen de grenzen van Suriname van de zandsteenbedekking vrijwel niets overgebleven. Door verwering is in het bergland een bovenlaag ontstaan van sterk wisselende dikte. In het zuiden strekken zich van west naar oost het Acaragebergte, het Grensgebergte en het Toemoek-Hoemakgebergte uit. Laatstgenoemde keten vormt de waterscheiding tussen de naar de oceaan in het noorden en de naar het zuiden (Amazone) stromende rivieren. De gebergten van het midden van Suriname vormen in het algemeen de waterscheidingen tussen de grote rivieren. De hoogste bergen zijn de Julianatop (1280 m) en de Tafelberg (1080 m) in het Wilhelminagebergte.

2. Ten noorden van het bergland strekt zich een laag en golvend landschap uit , dat voor het merendeel bestaat uit zuivere kwartszanden die sterk waterdoorlatend en onvruchtbaar zijn. Vernieling van het oerwoud heeft als gevolg gehad dat hier een echte savanne is ontstaan. De overgang van oerwoud aar savanne is meestal geleidelijk.

3. De kustvlakte van Suriname bestaat uit een zuidelijk deel. Daar is de verwering erg intensief geweest. Hierdoor zijn bijna alle mineralen opgelost en is er bauxiet ontstaan. Het noordelijk deel bestaat uit jongere afzettingen die ontstaan zijn door de samenwerking van de rivieren en de zee. Door de rivieren aangevoerde en van de zeebodem afkomstige zanden vormden met schelpen uit zee strandwallen. In de lagunen daartussen werd slib afgezet. Zo ontstonden moerassen. Door inpoldering zijn hier in de 17de en 18de eeuw plantages ontstaan die later weer zijn verlaten. De eigenlijke kust is een brede modderplaat, hierdoor ontbreken zandstranden helemaal. De kust van Suriname krijgt grote hoeveelheden slib te verwerken afkomstig van de Amazone. De aanslibbing bevorderd de groei van mangroven en parwawouden. Tussen de wortels wordt slib vastgehouden. Hierdoor komen de mondingen van de kleinere rivieren steeds verder naar het westen te liggen.




Economie
De economie is van oudsher sterk afhankelijk van het buitenland. Tijdens de bloei van de plantagelandbouw dreef het land economisch op de export van tropische producten (suiker, koffie, cacao, katoen). In de 20ste eeuw werd de bauxietwinning steeds belangrijker. In de vijftiger jaren is bauxiet verantwoordelijk voor 40% van het Bruto Nationaal Product(BNP). Sinds de staatsgreep in 1980 door Bouterse daalt het BNP en stijgt de inflatie.

Landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij

Ca. 14% van de werkende bevolking is werkzaam in de landbouw, visserij en bosbouw. Het in cultuur gebrachte gebied is beperkt tot een kleine strook in de kustvlakte. Een aanzienlijk deel daarvan wordt in beslag genomen door grootlandbouwbedrijven. De productie van palmolie heeft vanaf 1975 een veelbelovende groei te zien gegeven. De overheid exploiteert een aantal bananenplantages De kleinere landbouwbedrijven worden veelal door Javanen en Hindoestanen gerund. Het land voorziet in de eigen behoeften aan suiker, citrusvruchten, rijst en bananen. De veeteelt is van weinig betekenis. Hoewel 85% van het grondgebied met bossen is bedekt, zijn bosbouw en houtverwerking economisch van beperkte betekenis, omdat het moeilijk is dit op een commercieel aantrekkelijke manier te doen. De visserij op de rivieren en in de kustwateren is voortdurend in betekenis toegenomen, in het bijzonder de vangst van garnalen.

Industrie

Afgezien van de bauxietverwerking is de industrie van weinig betekenis. Er zijn enkele voedselverwerkende, kleding- en schoenbedrijven, gericht op de binnenlandse markt. De industrie draagt ca. 22% bij aan het bnp; 14% van de actieve beroepsbevolking werkt in deze sector.

Mijnbouw en energievoorziening

De bauxietwinning is in handen van de Amerikaanse Suralco en de Nederlandse Billiton Maatschappij (Shell). Lange tijd is Suriname de belangrijkste bauxietleverancier (grondstof voor aluminium) van de wereld geweest, maar in 1989 kwam Suriname op de achtste plaats. De belangrijkste vindplaatsen zijn Moengo, Paranam en Smalkalden. Bij Paranam liggen aluinaardefabrieken. IJzererts, nikkel, platina, tin, koper, mangaan, diamanten en goud worden op kleine schaal gewonnen. Energieopwekking geschiedt door middel van dieselmotoren. De hydro-elektrische centrale te Afobaka in het district Brokopondo is de belangrijkste energiebron. De gasproductie geschiedt door steenkolenvergassing.

Handel

De belangrijkste uitvoerproducten zijn bauxietproducten, rijst en garnalen. De belangrijkste afnemers zijn Nederland, Noorwegen, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Venezuela, Duitsland en Argentinië. Ingevoerd worden voedingsmiddelen, machinerieën, aardolie en transportmiddelen. De voornaamste leveranciers zijn de Verenigde Staten, Nederland, Brazilië, de Nederlandse Antillen en Trinidad en Tobago.

Ontwikkelingssamenwerking

Na de onafhankelijkheid heeft Suriname van de Nederlandse overheid ontwikkelingshulp ter waarde van 3, 5 miljard gulden toegezegd gekregen, die onder toezicht van de gemengd Nederlands-Surinaamse commissie aan verschillende projecten besteed moest worden. De 'Decembermoorden' van 1982 leidden echter tot de opschorting van het ontwikkelingsverdrag. Pas na de nieuwe democratisering (vanaf 1987) werd weer een aanvang genomen met de ontwikkelingssamenwerking. Die echter na december 1990 opnieuw door Nederland werd opgeschort. In de jaren negentig is er hier en daar geld gegeven aan kleinere en grotere projecten, maar de situatie is allesbehalve stabiel.

Verkeer en vervoer

Het wegennet strekt zich uit over ca. 9000 km, hiervan is ongeveer 25% verhard. Als overblijfsel van een groter spoorwegnet is er nog een ca. 86 km lange spoorlijn van Onverwacht (bij Paramaribo) via Zanderij naar Bronsweg aan het Van Blommesteinmeer. In 1978 is in het kader van de ontwikkeling van West-Suriname een spoorlijn van 80 km geopend tussen het Bakhuysgebergte en Apoera aan de Corantijnerivier. Beide lijnen zijn niet meer in gebruik. De rivieren hebben, met een bevaarbare lengte van 1500 km, een functie voor het vervoer in het binnenland. De grootste zeehaven is Paramaribo. De nationale luchtvaartmaatschappij is de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij, bij Paramaribo ligt de internationale luchthaven Zanderij. Verspreid over het land zijn er ca. 35 airstrips voor kleine vliegtuigen. In 2000 is het grootste project op het gebied van verkeer voltooid. Dat is de Wijdenbosch-brug over de Suriname-rivier. Dit project is overigens bepaald niet onomstreden.

Toerisme

Het toerisme staat nog in de kinderschoenen in Suriname. Een mogelijkheid zou het natuurtoerisme kunnen bieden. Het land is immers voor 85% bedekt met tropisch regenwoud. Een negatieve factor voor het toerisme is het ontbreken van mooie stranden. Wel bezoeken veel Surinamers die in Nederland wonen met enige regelmaat Suriname.

Emigratie

De economische ontwikkeling van Suriname heeft ernstig te leiden onder de emigratie naar met name Nederland. Men spreekt van een "Braindrain" omdat vooral de hoger opgeleiden massaal naar Nederland trokken. Minimaal 300.000 emigranten wonen en werken in Nederland (cijfers 2000), maar voelen zich wel sterk betrokken bij Suriname .

Bron:
Beatty, N.B. / Suriname
Chelsea House, 1999
Encarta, 1998
Leuwsha, T / Reishandboek Suriname
Elmar, 1997
Noordegraaf, W / Suriname
ANWB, 1994




Het Volkslied
In 1893 werd door de lutherse predikant C. A. Hoekstra een tekst gemaakt voor een Surinaams volkslied. Hiervoor koos men als melodie een compositie die in 1876 met een geheel ander doel was geschreven door de Friese onderwijzer J.C. de Puy.

Volkslied (Mp3)
Volkslied (Midi)

In 1959 besloot de Surinaamse regering "vlag, "wapen en volkslied officieel vast te stellen. Voorgesteld werd de melodie van het traditionele volkslied te handhaven en het tweede couplet van de door ds. Hoekstra geschreven Nederlandse tekst tot officiële tekst te verheffen.

De Raad van Ministers achtte het wenselijk een couplet in het Surinaams toe te voegen. Minister Essed benaderde de dichter "Trefossa" met het verzoek een Surinaams couplet te dichten dat de eenheid van het Surinaamse volk en de verbondenheid met het grondgebied zou benadrukken.

Op 7 dec. 1959 werd de tekst met algemene stemmen aangenomen. Trefossa heeft echter bovendien de tekst van het eerste couplet in dezelfde richting bewerkt. Bij landsverordening trad het volkslied op 15 december 1959 in werking en is bij het onafhankelijk worden in dezelfde vorm gehandhaafd.

God zij met ons Suriname
Hij verheft ons heerlijk land
Hoe wij hier ook samen kwamen
Aan zijn grond zijn wij verpand
Werkend houden w'in gedachten
Recht en waarheid maken vrij
Al wat goed is te betrachten.
Dat geeft aan ons land waardij.

Opo kondreman oen opo!
Sranan gron e kari oen
Wans ope tata komopo
Wi moe seti kondre boen
Stre de f'stre wi no sa frede
Gado de wi fesi man
Eri libi te na dede
Wi sa feti gi Sranan.

Suriname 's trotse stromen,
Suriname 's heerlijk land,
Suriname 's fiere bomen,
Trouw zijn wij aan U verpand
Mochten weer de vloten varen,
Dat de handel welig bloei'
Dat fabrieken welvaart baren
Dat hier alles welig groei'





Het wapen van Suriname
Op de onafhankelijkheidsdatum van Suriname kreeg de Republiek een officieel wapen, waarin een aantal elementen uit het oude - niet - officiële - wapen is opgenomen, zoals het devies 'Justitia - Pietas - Fides' (gerechtigheid, liefde, trouw), de Indiaanse schilddragers en het schip. Deze drie elementen zijn al te vinden op het zegel dat in 1683 werd vastgesteld door de Geoctroyeerde West-Indische Compagnie.

Het schild.
De linkerhelft, ( aldus de toelichting van de regering ), symboliseert het verleden, waarin de slaven en contract-arbeiders per schip werden aangevoerd.

De rechterhelft is de kant van het heden, gesymboliseerd door de koningspalm, ook het symbool van de gerechte mens ('De gerechte zal opbloeien als een palm')

De ruit, in het midden, is de gestileerde vorm van het hart, dat als het orgaan van de liefde wordt beschouwd. De punten van de ruit zijn naar de vier windstreken gericht.

Als symbool van vertrouwen verzinnebeeldt de ster, naast hoop, verwachting en vrede, ook het "Fides" uit de wapenspreuk. De vijf punten waaruit de ster bestaat, herinneren behalve aan de vijf werelddelen, bovendien nog aan de vijf grote bevolkingsgroepen waaruit de Surinaamse natie bezig is te ontstaan.

De vlag van Suriname
De Surinaamse vlag bestaat uit een rechthoekig veld, waarop vijf horizontaal lopende balken (resp. groen, wit, rood, wit, groen) en een vijfpuntige gele ster voorkomen. Deze vlag is ontworpen door Jacques Herman Pinas. De regering Aron schreef aan de vooravond van de Onafhankelijkheid een wedstrijd uit.

Het groen, aldus de toelichting van de regering, symboliseert de vruchtbaarheid van Suriname; tevens verbeeldt deze kleur de hoopvolle verwachting, het nieuwe Suriname.

Het wit symboliseert gerechtigheid en vrijheid.

Het rood symboliseert de progressiviteit, het nimmer aflatend streven van de natie zich met de daad te blijven inzetten voor de vernieuwing van mens en samenleving.

De gele ster symboliseert de opofferende eensgezindheid en de gerichtheid op de gouden toekomst.

Met het in top gaan van dit nationale symbool op 25 nov. 1975 kwam de in 1959 vastgestelde uitvoering van de vlag te vervallen.

Oude vlag van 1959 - 1975.
De vijf sterkleuren in de oude vlag vertegenwoordigden de vijf bevolkingsgroepen ( huidskleuren ), op een witte ondergrond ( vrede ), aan elkaar verbonden door een hechte band ( Suriname ). Voor 1959 had Suriname geen eigen vlag. De natonale vlag was toen de Nederlandse driekleur. Rood, wit en Blauw.

Godsdienst
De religieuze verscheidenheid komt in grote lijnen overeen met de etnische. De creolen behoren voornamelijk tot de Christelijke kerken. Ruim veertig procent van hen is Rooms-katholiek en ongeveer eenzelfde percentage van de creolen is lid van de protestantse stroming de Evangelische Broedergemeente, de grote volkskerk van Suriname. Een groeiend aantal behoort tot verschillende Pinkstergemeenten.

Tot de religieuze uitingen van de Creolen, de Bosnegers en de Indianen moet ook de Winticultus gerekend worden. Vaak zijn deze bevolkingsgroepen zowel Winti als een Christelijke godsdienst toegedaan.

De Joden (zowel Asjkenaziem als Serardiem) vormen een zeer kleine minderheid. De hindoestanen hangen voor circa tachtig procent het Hindoeisme aan, vijftien procent is Islamiet, vijf procent Christen. De Javanen zijn overwegend Islamiet. De Indianen zijn grotendeels, althans officieel, gekerstend.

Bron: De Surinaamse Bedrijvendagen





ZAKELIJK




Dankzij het hoge onderwijspeil beschikt Suriname over een groot reservoir aan goed ontwikkeld menselijk kapitaal. In 1995 hadden zo'n 72 duizend mensen een betaalde baan, waarvan meer dan de helft bij de overheid, de grootste werkgever in het land. Suriname heeft nauwelijks tijdelijke employees (1 procent van de werkende bevolking) en kent een laag ziekteverzuim (3,5 procent van de werkende bevolking).

Dit is het formele plaatje. Daarnaast werken naar schatting twintigduizend mensen in de omvangrijke informele sector, zeg maar het hosselcircuit van zwart en grijs werk, waar veel Surinamers hun niet altijd inflatiebestendige officiele salarissen aanvullen.

Er gelden geen regels voor loonschalen. De grote bedrijven en de overheid hebben collectieve arbeidsovereenkomsten waarin lonen zijn vastgesteld. De lonen zijn relatief laag, in verhouding tot het opleidingsniveau. Startsalarissen varieren tussen 50 US dollar voor ongeschoolden tot 500 US dollar voor academici. Salarissen lopen wijd uiteen van bedrijf tot bedrijf. Ontslag is wel gereguleerd bij wet, sinds 1983. Deze wet verbiedt werkgevers om eenzijdig arbeidsovereenkomsten op te zeggen. Daarvoor is een ontslagvergunning nodig van het ministerie van Werkgelegenheid. Deze vergunning is niet nodig indien de werknemer een tijdelijk dienstverband heeft, indien de overeengekomen werkperiode voorbij is en indien "dringende redenen" daartoe nopen.

Een orgaan bestaande uit vertegenwoordigers van overheid, bedrijfsleven en werknemers beslist in arbeidsconflicten. De besluiten zijn bindend indien ruziende partijen zich tevoren daaraan hebben gecommitteerd.

Regels voor buitenlandse werknemers
Er zijn twee soorten vergunningen vereist voor buitenlanders die in Suriname willen werken. Ten eerste is er een verblijfsvergunning nodig van het ministerie van Justitie. Daarnaast is een werkvergunning nodig van het ministerie van Werkgelegenheid. Buitenlanders mogen een half jaar blijven met een geldig paspoort en visum. Na zes maanden is een verblijfsvergunning nodig. Aanvragen voor een verblijfsvergunning moeten worden ingediend bij het ministerie van Justitie en Politie. Hoofdcriterium is een werkvergunning. Nederlanders krijgen een voorkeursbehandeling. Zij hoeven alleen aan te tonen over voldoende middelen van bestaan te beschikken.

Een verblijfsvergunning is maximaal twee jaar geldig en kan worden vernieuwd. Een compleet ingevuld aanvraagformulier dient vergezeld te gaan van een zegel van 10 Surinaamse guldens (huidige tegewaarden in Nederlandse guldens: een cent), twee pasfoto's, een kopie van het paspoort en een verklaring van goed gedrag van de politie uit de plaats van herkomst. Een werkvergunning wordt alleen afgegeven indien er geen lokale arbeidskrachten voorhanden zijn die hetzelfde werk kunnen doen. Jaarlijks worden zo'n 1500 werkvergunningen afgegeven. Nodig is: een geldig paspoort, drie pasfoto's, een volledig ingevuld aanvraagformulier, een kopie van de zakenvergunning van de werkgever indien de aanvrager een bedrijf wil stichten.

Voor meer informatie over verblijfsvergunningen:

Ministerie van Justitie en Politie
Afdeling Buitenland
Grote Combeweg 3
Tel: +597 473657

Voor meer informatie over werkvergunningen:
Ministerie van Werkgelegenheid
Afdeling werkvergunningen
Rust en Vredestraat
Tel: +597 473742

Bronnen: De Surinaamse Bedrijvendagen




Ministers en andere Surinaamse overheidsfunctionarissen spreken herhaaldelijk hun steun uit voor liberalisatie en economische hervorming. Heel langzaam verdwijnen subsidies en komt liberalisatie naderbij. Dat trekt buitenlandse investeerders aan. Toenemende aantallen Canadese, Australische, Indonesische en Maleise investeerders bezoeken het land.

Suriname probeert investeren aantrekkelijker te maken door een simpelere, transparantere handelswet door te voeren, net als een investeringswet die voorziet in het oplossen van conflicten. Omdat de uit 1960 stammende investeringswet gedateerd is, onderhandelen bedrijven rechtstreeks met de Surinaamse overheid over concessies en vergunningen. Dit gebeurt op adhoc basis. Het proces is langzaam, soms trustrerend en niet gespeend van patronage en vriendjespolitiek.

Grond en natuurlijke hulpbronnen worden gezien als erfgoed van de staat. Een Amerikaas bedrijf dat natuurlijke hulpbronnen zou willen exploiteren zal dit normaal gesproken moeten doen in een joint venture met de Surinaamse overheid, die op haart beurt goedkeuring behoeft van de Nationale Assemblee. Hoewel Surinaamse bedrijven zich soms kunnen permitteren creatief met de regels om te gaan, wordt van een buitenlands bedrijf verwacht dat het zich strikt aan de wet houdt.

Na een periode van een zestal verschillende wisselkoersen zweeft de Surinaamse gulden inmiddels. Het is nog altijd erg moeilijk om grote hoeveelheden vreemde valuta over te maken van en naar Suriname. Er zijn vaak tekorten aan vreemde valuta in het land zelf. In de slecht ontwikkelde banksector ontbreekt een aantal internationale financiele diensten. De uitstroom van vreemde valuta is aan restricties gebonden. Wie meer dan tienduizend US dollar wilt overmaken naar het buitenland heeft toestemming nodig van de Centrale Bank van Suriname of het Ministerie van Financien.

Hoewel de Surinaamse overheid talloze lokkertjes kent voor internationale investeerders, zoals bedrijfsruimte, krediet op gunstige voorwaarden en belastingvrijstellingen wordt er weinig gebruik gemaakt van de regelingen. Staande praktijk is dat elke investeerder over zijn eigen unieke investeringswet die nog onder behandeling is voorziet in een belastingvrije periode van tien jaar.

Eigendomsrechten zijn op papier goed beschermd in Suriname. Conflicten over eigendomsrechten kunnen echter land duren, omdat het gerechtelijk apparaat onderbemand en overwerkt is. Bedrijven die natuurlijke hulpbronnen in het binnenland willen exploiteren, moeten rekening houden met protesten van natuurorganisaties en inheemse volkeren die hun woonomgeving willen beschermen. Van de Surinaamse arbeidskrachten werkt grofweg de helft in de overheidssector. Mensen zijn goed opgeleid; de alfabetiseringsgraad is ruim 90 procent. Suriname heeft echter sinds de onafhankelijkheid van 1975 te lijden onder een geweldige braindrain, een wegtrekken van hoogopgeleiden naar Nederland. De grote uittocht werd verergerd na de militaire coup van 1980 en de politieke moorden van 1982. Vooral mensen met bestuurscapaciteiten vertrokken.

De lage overheidssalarissen jagen goedopgeleide ambtenaren naar het bedrijfsleven. Werknemers zijn sterk georganiseerd en vakbonden spelen een grote rol in het bepalen van salarissen. De overheid bevoordeelt werknemers over het algemeen boven werkgevers. Werknemers worden beschermd door arbeidswetten die sinds 1947 bestaan. Bekende buitenlandse investeerders zijn Alcoa, die een grote bauxietoperatie runt onder de naam Suralco, Billiton, die bauxietmijnen exploiteert en Golden Star, een Canadees goudwinningbedrijf. Esso, Texaco en Koninklijke Shell bezitten benzinestations en leveren benzineproducten. IBM is een grote leverancier van kopieermachines. Sujafi, een Japanse firma, is actief in de garnalenvisserij voor de export naar Japan.

Bronnen: De Surinaamse Bedrijvendagen




Verschillende organisaties in Suriname pogen het zakendoen te vergemakkelijken. Hieronder volgt een opsomming van drie mogelijk nuttige instanties.

Vereniging Surinaams Bedrijfsleven.
De VSB (sinds 1950) is een samenwerkingsverband van personen die een bedrijf in Suriname uitoefenen. Doel is de behartiging van de belangen van de leden en de bevordering van het economisch en sociaal welzijn van de gemeenschap. Hiertoe overlegt de VSB met sociale partners en zusterorganisaties, doet ze wetenschappelijk onderzoek, verleent ze advies en voorlichting aan leden en zet ze zich in voor de bevordering van het vrije particuliere ondernemerschap. Het lidmaatschap staat in principe open voor iedere persoon, personen vennootschap of rechtspersoon die in Suriname een bedrijf uitoefent. Hun contributie houdt de club gaande.

De vereniging publiceert het VSB-Informatiebulletin. Daarnaast is er een wetenschappelijke stafafdeling die "vraagstukken van algemeen maatschappelijk belang" bestudeert en studiebijeenkomsten organiseert. De vereniging is vertegenwoordigd in staatsorganen en neemt deel aan het Tripartiet Overleg. Op nationaal niveau is de VSB onder meer vertegenwoordigd in de Staatsraad, het Arbeidsadviescollege, de Bemiddelingsraad voor geheel Suriname, het Surinaams Arbitrage Instituut, de Stichting Voorzieningsfonds voor Particuliere Werknemers in Suriname en het Steering Committee.

De VSB is de meest representatieve werkgeversorganisatie in Suriname en neemt op internationaal niveau deel aan de jaarlijkse vergadering/conferentie van de Internationale Werkgeversorganisatie (IOE), de Internationale Arbeids Organisatie (ILO) en de Caraibische Werkgevers Organisatie (CEC). Het lidmaatschap van de Caribbean Employers' Confederation wordt van groot belang geacht voor de integratie in de regio, te meer daar Suriname thans deel uitmaakt van de CARICOM.

De VSB onderhoud naar eigen zeggen goede relaties met de vakbeweging. Ook de verhouding met andere werkgeversorganisatie is naar eigen zeggen goed, vooral internationaal. De samenwerking met Surinaamse zusterorganisaties komt moeizaam op gang, ofschoon er volgens de VSB voldoende raakvlakken voor nauwe banden bestaan.

De kamer van Koophandel en Fabrieken (KKF)

De KKF, een private onderneming, bestaat uit vertegenwoordigers van kleine en middelgrote bedrijven en grote ondernemingen. De Kamer is een getrouwe afspiegeling van het Surinaamse bedrijfsleven. Bij wet heeft de KKF drie hoofdtaken: implementatie van economische wet- en regelgeving, informatievoorziening over handel verzorgen alsmede belangenvertegenwoordiging van regionale handel en industrie.

Volgens de Handelsregisterwet zijn alle commerciele organisaties, met uitzondering van enkele kleine bedrijven, verplicht zich te registreren in het Handelsregeister. De Kamer fungeert als vademecum van handels- en bedrijfsinformatie voor het bedrijfsleven. De Kamer beschikt over verreikende kennis in alle kwesties die ondernemers aangaan. Exportmogelijkheden bijvoorbeeld en wetgeving.

De Kamer behartigt ook actief economische belangen. Zo lobbiet de Kamer actief voor betere infrastructuur en aapassing van het onderwijs, opdat dit beter aansluit bij de behoeften van het bedrijfsleven. De Kamer grossiert in informatie over het opzetten van een eigen bedrijf, het afhandelen van financiele en commerciele zaken, Surinaamse wetgeving rond ondernemingen, personeelskwesties, het beeindigen van een bedrijf en internationale en regionale zaken.

De associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA).
De ASFA (sinds 1980) bewaakt de belangen van nationale industrieen, teneinde het label "Made in Suriname" te bevorderen. ASFA streeft continuiteit in productie alsmede kwaliteitsverbetering na. Ze doet dit door middel van advies aan de overheid en de bedrijven in kwestie. De leden zijn verdeeld in categorieen, varierend van landbouw en voedsel, via staal en metaalconstructie tot textiel, kunstgebitten en plastic goederen.





Je woont in Nederland, Amerika of waar dan ook, maar wilt gaan wonen en werken in Suriname. Je wilt je eigen bedrijf opzetten. Misschien heb je zelfs al een bedrijf in Nederland en wil je dat uitbreiden of je wilt samenwerken met andere (potentiele) bedrijven in Suriname. Je weet in elk geval precies wat voor bedrijf je wilt hebben, maar je hebt nog geen concreet plan van aanpak. Wat nu?

Contact opnemen met de stichting IntEnt (Internationalization of Entrepreneurship) in Den Haag is een goede start.

Wat is IntEnt?
IntEnt (sinds 1997) is een stichting die zich twee zaken ten doel stelt:
Het ondernemerschap ontwikkelen van migrantenondernemers. Zij richt zich daartoe zowel op startende ondernemers als op de ontwikkeling van Joint Ventures met andere, reeds succesvolle migrantenondernemers.
Het stimuleren van investeringen in de landen van herkomst van migranten. Het gaat op dit moment alleen om de landen Suriname, Turkije, Marokko en Ghana.

IntEnt wordt hiertoe gefinancierd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Intent biedt de migrantenondernemers een aantal diensten waaronder:

Een persoonsgericht orientatieprogramma van 2 dagen.
Begeleiding bij het schrijven van een ondernemersplan. Hieronder vallen een driedaagse training (verspreid over 8 weken) en individuele begeleiding. Tevens stelt IntEnt de ondernemer financieel in staat ter plekke een marktverkenning uit te voeren, indien dat nodig is.

Voorbereiding van de financieringsaanvraag in het vestigingsland. Deze leningen lopen via de lokale banken, tegen hun normale commerciele tarieven, maar IntEnt kan wel garant staan voor de ondernemer.

Individuele begeleiding na de start van het bedrijf gedurende anderhalf jaar. Deze begeleiding gebeurt door een regionale bedrijfsadviseur. Denk hierbij aan alles wat er bij het opzetten van een onderneming in Suriname komt kijken; zoals het opbouwen van een netwerk, het opzetten van een goede administratie, het opzetten en uitvoeren van een promotiestrategie, etc.

De Stichting is alleen bedoeld voor migranten die serieuze plannen hebben een commercieel bedrijf op te zetten en de nodige capaciteiten hebben. Voordat er kan worden deelgenomen aan haar programma's vindt er daarom een selectie plaats, gericht op positieve motivatie en ondernemerscapaciteiten. "Veel mensen willen graag terug naar Suriname en gaan dan maar een bedrijf beginnen. Dit is eigenlijk een negatieve motivatie."

Tot nu toe hebben in totaal ruim 580 potentiele ondernemers IntEnt benaderd, onder wie circa 280 Surinamers. Tot nu toe is ruim de helft van alle gegadigden door de selectieprocedure heen gekomen, dit geldt ook voor de 127 Surinamers die een positief advies kregen. Dit wil zeggen dat zij alleen ook daadwerkelijk een bedrijf in Suriname zijn gestart of gaan starten. Via IntEnt zijn inmiddels ongeveer 18 migrantenondernemers begonnen in Suriname. Gebleken is dat de voorbereiding veel meer tijd in beslag neemt dan in eerste instantie verwacht was. Gemiddeld zijn de ondernemers minimaal een jaar kwijt te zijn aan de voorbereiding. Specifieke problemen waar startende ondernemers in Suriname tegenaan lopen zijn:

Kredietbeperkingen en hoge rentestanden
Bureaucratie en onbekendheid met procedures
Onbekendheid met de Surinaamse markt
Gebrek aan actuele statische informatie
Onzekere politieke en economische situatie
Een laatste advies van de stichting.

Laat je door zoveel mogelijk bronnen goed informeren. Met name is het in Suriname cruciaal dat je weet waar anderen mee bezig ziijn. Maak een goed financieel plan en begin eventueel alvast met sparen. Maak zoveel mogelijk mensen in je omgeving enthousiast voor jou idee, wie weet zijn er mensen die bereid zijn in je te investeren.

Alles staat of valt eigenlijk met een goede, realistische voorbereiding.

Bronnen: De Surinaamse Bedrijvendagen





Belgium
Consulate in Suriname:
Domineestraat 26-32, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1841, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 472545. Fax: (+597) 410563. Telex: 123 INCO SN.
Embassy abroad:
Avenue Louise 379, 1050 Brussel, Belgium. Phone: (+32) 2 64.01.172 or (+32) 2 64.01.244. Fax: (+32) 2 64.63.962.

Brasil
Embassy in Suriname:
Maratakkastraat 2, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 925 Paramaribo Suriname. Phone: (+597) 491011 or (+597) 491041. Fax: (+597) 492466. Telex: 185 BRASTEMP SN.
Embassy abroad:
QL 12 Cojunto 2, Casa 6 Peninsula dos Ministros, 70457 Brasilia DF, Brasil. Phone: (+55) 61 284.54.48 or (+55) 61 248.16.25 or (+55) 61 284.12.10. Fax: (+55) 61 284.37.91.

Canada
Consulate in Suriname:
Waterkant 92-94, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1849 or 1850, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 471222. Fax: (+597) 475718. Telex: 128 DEVRIES SN

Chile
Consulate in Suriname:
Grote Hofstraat 10, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 472311.

China
Embassy in Suriname:
Anton Dragtenweg 154, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 3042, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 451570 or (+597) 451210. Fax: (+597) 452540. Telex: 197 CEP 512 SN.

Columbia
Consulate in Suriname:
Brokopondolaan 6, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 499788.

Denmark
Consulate in Suriname:
Waterkant 92-94, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1849, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 471222. Fax: (+597) 475718. Telex: 128 DEVRIES SN.

France
Embassy in Suriname:
Gravenstraat 5-7, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 2648, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 476455. Telex: 181 FRASUR SN.

Germany
Consulate in Suriname:
Dr. Sophie Redmondstraat 2-14, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1819, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 471166. Fax: (+597) 471534. Telex: 121 CHM SN

Guyana
Embassy in Suriname:
Gravenstraat 82, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 785, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 477895 or (+597) 475209. Fax: (+597) 472679. Telex: 236 GUYSUL SN.
Embassy abroad:
304 Church Street, Georgetown, Guyana. P.O.Box 338, Georgetown, Guyana. Phone: (+592) 2 67844. Fax: (+592) 2 53467.

Haiti
Consulate in Suriname:
Waterkant 12, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 199, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 473838. Fax: (+597) 477750. Telex: 283 GEMAR SN

India
Embassy in Suriname:
Rode Kruislaan 10, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1329, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 498344. Fax: (+597) 491106. Telex: 472 INDEMB SN

Indonesia
Embassy in Suriname:
Van Brussellaan 3, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 157, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 499900 or (+597) 497070. Fax: (+597) 498234. Telex: 120 INDOBO SN.

Italy
Consulate in Suriname:
Waterkant 40-42, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1837, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 472831. Telex: 314 ROMONDT SN.

Japan
Embassy in Suriname:
Gravenstraat 23-25, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 2921, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 474860. Fax: (+597) 412208. Telex: 370 TAISHI SN.

Korea
Embassy in Suriname:
Heerenstraat 8, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1896, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 476188 or (+597) 477255. Fax: (+597) 476084. Telex: 166 EMBKOS SN.

Lebanon
Consulate in Suriname:
Zwartenhovenbrugstraat 24, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 479763

Libya
Embassy in Suriname:
Dario Saveedralaan 4, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 490717 or (+597) 490061. Fax: (+597) 464923. Telex: 366 LIBYAPB SN.

Mexico
Embassy abroad:
Calle Ciceron 609, Col Polanco ZP 5, Mexico City DF, Mexico. Phone: (+52) 9065404371?

Nederland
Embassy in Suriname:
Mr.Dr.J.C. de Mirandastraat 10, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1877, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 477211 or (+597) 473433. Fax: (+597) 477792. Telex: 125 NEDAMB SN.
Embassy abroad:
Alexander Gogelweg 2, 2517 JH The Hague, The Netherlands. Phone: (+31) 70 36.50.844. Fax: (+31) 70 36.17.445.
Embassy abroad:
De Cuserstraat 11, 1081 CK Amsterdam, The Netherlands. Phone: (+31) 20 64.26.137 or (+31) 20 64.26.717. Fax: (+31) 20 64.65.311.

Norway
Consulate in Suriname:
Van Roosmalenstraat 30, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 770, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 477275. Fax: (+597) 474408. Telex: 294 SUNCON SN.

Russia
Embassy in Suriname:
Anton Dragtenweg 7, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 8127, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 472387. Fax: (+597) 472387. Telex: 354 SOVEM SN.

Spain
Consulate in Suriname:
Mr.F.H.R. Lim A Postraat 1, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 92, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 473514. Fax: (+597) 475394 Telex: 143 IURCON SN

Sweden
Consulate in Suriname:
Gravenstraat 26, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1806, Paramaribo, Suriname. Phone (+597) 471100. Fax: (+597) 411750. Telex: 134 SURBANK SN.

United Kingdom
Consulate in Suriname:
Van 't Hogerhuysstraat 9-11, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1300, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 472870. Fax: (+597) 475515. Telex: 144 UNITED SN.

United States of America
Embassy in Suriname:
Dr. Sophie Redmondstraat 129, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 1821, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 472900. Fax: (+597) 410025. Telex: 373 AMENSU SN.
Embassy abroad:
1 Un Plaza, 26th Floor, New York 10017, United States of America. Phone: (+1) 212 82.60.660 or (+1) 212 75.26.089. Fax: (+1) 212 98.07.029.
Embassy abroad:
4301 Connecticut Avenue NW, Suite 108, Washington D.C. 20008, United States of America. Phone +1 202 24.47.488. Previous address: 2600 Virginia Avenue N.W., Washington DC 20037, United States of America. Phone: (+1) 202 24.47.590 or (+1) 202 24.47.591. Fax: (+1) 202 33.87.142.
Embassy abroad:
7235 N.W. 19th Street, Suite A, Miami, Florida 33126, United States of America. Phone: (+1) 305 59.32.163. Fax: (+1) 305 59.91.034.

Venezuela
Embassy in Suriname:
Gravenstraat 23-25, Paramaribo, Suriname. P.O.Box 3001, Paramaribo, Suriname. Phone: (+597) 475401 or (+597) 475508. Fax: (+597) 475602. Telex: 146 EMVENE SN.
Embassy abroad:
4a Ave. entre 7a y 8a Transversal, Qta. Los Milagros, Altamira, posting address: Apartado 61.140 Chacao, Caracas 1060-A, Venezuela. Phone: (+58) 2 26.12.095. Fax: (+58) 2 26.12.724.

Bronnen: Telesur SR.net



DE DISTRICTEN





Ligging en bereikbaarheid
Wanica grenst in het oosten aan de Surinamerivier en Paramaribo, in het westen aan het district Saramacca, in het noorden aan Paramaribo en in het zuiden aan het district Para. De hoofdplaats van dit kleine district (442 km²) is Lelydorp, het districtscommissariaat is tevens hier gevestigd. De naam Wanica kwam al op de oudste kaarten voor. Wanica is vanuit Paramaribo gemakkelijk te bereiken met eigen vervoer, openbaar vervoer of met de taxi. Vanaf de luchthaven bent u er zelfs eerder dan in de hoofdstad.

Algemeen

De wegen van Paramaribo strekken zich uit naar het district Wanica. De hoofdweg naar Lelydorp heette vroeger 'Pad van Wanica', maar de naam is inmiddels veranderd in de Indira Ghandiweg. Andere belangrijke en drukke wegen zijn:
· Martin Luther Kingweg, ook wel bekend als de Highway.
· Commissaris Weytinghweg; deze weg loopt door alle Leidingen (wijken) en door de Saramaccapolder.
· Kwattaweg; vrijwel alle verkeer vanuit Paramaribo richting Saramacca, Coronie en wanica gaat over deze weg.
· Sir Winston Churchillweg; aan deze weg hebben zich belangrijke bedrijven gevestigd, zoals de raffinaderij van Staatsolie, cementfabriek Vensur, Shell en Surinam Japan Fisheries (Sujafi).

Via de lange Sir Winston Churchillweg komt u in de plaats Domburg, alwaar u slechts een basisschool, een medische polikliniek, een politiepost en een goed sportveld (thuisbasis van voetbalvereniging Boxel) aantreft. Domburg staat bekend als de startplaats van de jaarlijkse zwemmarathon van Domburg naar Paramaribo. Andere bevolkingsnederzettingen in het district Wanica zijn Livorno, Koewarasan, Houttuin, Saramaccapolder en SantoBoma.

Economische activiteiten
In SantoBoma werd in 1968 een grote strafgevangenis in gebruik genomen, welke de gevangenissen van Fort Zeelandia moest vervangen. Tegenwoordig worden hier de topcriminelen vastgehouden.
In de jaren ´60 ging het bekende SantoBoma landbouwproject van start; er werd een bakovenaanplant aangelegd en kleine lokale landbouwers konden perceeltjes krijgen om voornamelijk fruit te verbouwen. Hoewel het project geen succes geworden is, hebben veel landbouwers een goed bestaan kunnen opbouwen.

Verder kunt u in Wanica ook enkele bedrijven en instellingen vinden, waaronder H.J.De Vries Agro (distributie van landbouwmachines, -chemicaliën en andere -benodigdheden).

Toeristische attracties
In Lelydorp kunt u in de vele warungs (eettentjes) overheerlijke én goedkope maaltijden nuttigen. Daarnaast is ook het Lely Hills Casino aan de Sastrodisoemoweg een bezoek waard. Nog een aanrader is de jaarlijkse zwemmarathon die traditiegetrouw in Domburg van start gaat en altijd veel publiek trekt.



Ligging en bereikbaarheid
Het district Sipaliwini omvat met een oppervlakte van 130.567 km² 60% van het grondgebied van Suriname. De hoofdstad is Sipaliwini en het district grenst in het zuiden en oosten aan de Marowijnerivier, in het westen aan de Corantijnrivier, en in het noorden aan de districten Marowijne, Para, Brokopondo, Coronie en Nickerie. De zuidgrens van Sipaliwini is tevens de zuidgrens van het land, en wordt gevormd door de volgende drie gebergten: het Acaraigebergte, Grensgebergte en Toemoekhoemakgebergte. Doordat in de afgelopen decennia in diverse afgelegen plaatsen in dit district vliegveldjes werden aangelegd, werd de bereikbaarheid verbeterd. Over de Afobakaweg en via de Oost-westverbinding komt u ook in Sipaliwini.

Algemeen
Dit district verschilt in geologische opbouw van de andere districten en dat uit zich in de aanwezigheid van veel bergen, heuvels, watervallen en stroomversnellingen. De hoogste bergtoppen van het land, de Julianatop en de Hendriktop, vindt u hier. Namen van andere bekende gebergten zijn Bakhuis, Eilerst de Haan, Asch van Wijck, Oranje, Kayser en Nassau.

Het verkeer in Sipaliwini vindt voor het grootste deel over water plaats. Grote schepen kunnen hier echter niet varen; zij ondervinden hinder van de vele stroomversnellingen en watervallen. Sipaliwini bestaat voor het overgrote deel uit ongerept regenwoud met rivieren, stroomversnellingen (soela’s) en watervallen. Het Centraal Suriname Natuur Reservaat, dat met haar 1,6 miljoen hectare één van de grootste ter wereld is, is opgericht ter bescherming van unieke natuurgebieden en planten- en diersoorten in dit district.

Sipaliwini is zeer dun bevolkt (minder dan 0,2 personen per km² volgens cijfers van Centraal Bureau voor Burgerzaken). De meest dichtbevolkte gebieden bevinden zich rondom de Suriname- en de Tapanahonyrivier. De bevolking van Sipaliwini wordt voornamelijk gevormd door Indianen en Boslandcreolen (afstammelingen van slaven die de plantages ontvluchtten naar het diepe binnenland).

De Wajana's, de Trio's en de Akoerio's zijn de Indianenstammen die in dit district wonen. Belangrijke Indianennederzettingen zijn onder andere Washabo, Corneliskondre, Kwamalasemoetoe, Apoera, Kawemhakan en Pelelutepu. De Boslandcreolen die in Sipaliwini leven, zijn de Saramaccaners, Aloekoe's, Kwinti's, Aucaners, Matuariërs en de Paramaccaners. De districtscommissaris van Sipaliwini zetelt in Paramaribo. Belangrijke bevolkingsnederzettingen in het district zijn Tapanahoni, Coeroenie, Kabalebo, Boven-Suriname, Boven-Saramacca en Boven-Coppename.

Economische activiteiten
Doordat het grootste deel van Suriname's tropisch regenwoud in Sipaliwini voorkomt, is het begrijpelijk dat de belangrijkste middelen van bestaan de bosbouw, landbouw en houtkap zijn. Verder worden de mijnbouw (goudwinning), jacht en visserij beoefend in de gebieden Boven-Saramacca, Boven-Suriname en Marowijne. Ook het toerisme draagt bij aan de economie van dit district. De prachtige natuurbestemmingen trekken het gehele jaar door veel toeristen.

Toeristische attracties
Enkele toeristische bestemmingen met een overweldigend natuurschoon zijn de Raleighvallen, Palumeu, Kasikasima, de Blanchemarievallen, Awarradam, de Voltzberg, de Tijgervallen en Maripasoela.



 
Ligging en bereikbaarheid
Groningen is de hoofdplaats van dit district dat in het noorden aan de Surinamerivier, in het westen aan de Coppenamerivier, in het zuiden aan het district Para en in het oosten aan de districten Para en Wanica grenst. Het is 3.636 km² groot en heel dun bevolkt; per km² wonen er nog geen drie mensen. Omdat meer dan driekwart van dit district niet bewoond is, krijgt u al gauw het gevoel dat u in de vrije natuur vertoeft. Voor 1936 kon dit district alleen per boot worden bereikt, maar door het verlengen van bestaande wegen en het inzetten van veerdiensten is de bereikbaarheid van Saramacca nu veel beter. Voor de westelijk gelegen districten is Saramacca het gemakkelijkst te bereiken via de Coppenamebrug.

Algemeen

In vroegere jaren was de landbouw voor Saramacca erg belangrijk. De grote plantages, zoals Catharina Sophia (genoemd naar de vrouw van de toenmalige gouverneur), zijn hier tot bloei gekomen. Na de afschaffing van de slavernij kregen ook de vrijverklaarden in dit district een stukje grond om te bewerken. Er werden gewassen geplant om te voorzien in de eigen dagelijkse behoeften en daarnaast werden vooral suiker en cacao geteeld. Het was een echte bloeiperiode voor de cacaoplantages en –grondjes totdat de krullotenziekte alles vernielde en kapot maakte. Hierna is het met de cacaocultuur nooit meer goed gekomen. Soms kunt u op de verlaten plantages nog cacaobomen uit die tijd aantreffen die zowel de ziekte als de verwaarlozing overleefd hebben.

Het grootste deel van de bevolking van Saramacca woont in Groningen, een pittoresk dorpje met enkele basisscholen, een middelbare school, een postkantoor, een elektrische centrale en kerken van verschillende religies. Ook kunt u hier een arts, een politiecommandant, een medisch laboratorium en de districtscommissaris vinden. Andere belangrijke bevolkingsnederzettingen in Saramacca zijn Jarikaba, Wayambo, Calcutta, Tijgerkreek en Kampong.

Economische activiteiten

Saramacca is het centrum van de Surinaamse aardolie-industrie. Aardolie wordt gewonnen door Staatsolie (opgericht in 1980). De productie van aardolie is op kleine schaal begonnen, maar bedraagt nu meer dan 10.000 vaten per dag. De aardolie wordt deels geëxporteerd en deels verwerkt in Staatsolie's eigen raffinaderij te Tout Lui Fau of geleverd aan het internationale bedrijf Suralco. Belangrijke oliewinningplaatsen zijn Catharina Sophia, Josikreek en Sara Maria. In het complex van het nationaal oliebedrijf Staatsolie te Catharina Sophia kunt u een interessante rondleiding krijgen.

Naast de oliewinning speelt ook de kleine landbouw een belangrijke rol in Saramacca. De voornaamste gewassen die hier worden verbouwd, zijn groenten en rijst. Op plantage Jarikaba, naast de plaats Uitkijk, werd vroeger bacoven geteeld; het was gedurende enige tijd het derde exportproduct van Suriname. Door het faillissement van het staatsbedrijf Suriname kwam uiteindelijk een einde aan deze bacove-industrie. Politieposten kunt u vinden in Groningen, Calcutta, Jarikaba en Monkshoop.

Toeristische attracties
Indien u van vissen houdt, kunt u hier uw hart ophalen. In de aangegeven seizoenen kunt u op bepaalde plaatsen, zoals bijvoorbeeld Boskamp, riviervissen en zwampvissen vangen.

De historische monumenten op het pleintje voor het districtscommissariaat vertegenwoordigen een stukje geschiedenis en cultuur. De monumenten hebben betrekking op de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, de eerste jaardag van de revolutie van 1981 en honderd jaar Britse immigratie in 1973. Verder vindt u hier nog gedenkbomen ter gelegenheid van honderd jaar afschaffing van de slavernij en ter herinnering aan de geboorte van de prinsessen van Oranje-Nassau.

Zwembad De Pirengs te Groningen, waar tegen betaling gezwommen kan worden, is een geliefde weekendbestemming voor stedelingen. U kunt echter ook aan de rivier relaxen of op een picknickdoek in het gras van de natuur genieten.



 
Doordat Para een oude kustvlakte is, komen er veel savannen en savannebossen voor. Hierin kunt u soms geheel witte gronden aantreffen. De hoofdstad Onverwacht is een klein dorpje, met een postkantoor, een restaurant en een kruidenierszaak.

Ligging en bereikbaarheid
Onverwacht, dat in het verleden een houtplantage was, is de hoofdstad van het district Para. Dit district, dat haar naam dankt aan de Pararivier (een zijtak van de Surinamerivier), heeft een oppervlakte van 5.393 km² en wordt als volgt begrensd: in het noorden door Saramacca, Wanica en Commewijne, in het zuiden door Brokopondo en Sipaliwini, in het westen door Sipaliwini en in het oosten door Marowijne en Sipaliwini. Vroeger vond het verkeer in Para uitsluitend over water plaats, maar daar kwam verandering in door de aanleg van een spoorweg die van Paramaribo, door Para, naar Sipaliwini en Brokopondo liep. Deze spoorweg is inmiddels alweer geruime tijd buiten gebruik. Door de spoorlijn konden de bewoners hun producten gemakkelijker van en naar Paramaribo vervoeren. Bovendien werd een rijweg, nu de Indira Gandhiweg genaamd, aangelegd tot aan de internationale luchthaven van het land. Ook door de aanleg van de Oost-westverbinding door Para werd de bereikbaarheid aanzienlijk verbeterd. Meerdere wegen leiden dus tegenwoordig naar Para.

Vroeger kwamen in dit gebied ook plantages tot bloei, maar door uitputting van de grond en aanvallen van Indianen en marrons gingen deze achteruit en werden tenslotte stopgezet. De bewoners, nakomelingen van de slaven, bleven wel aan houtkap doen. Zij hebben lang hun geloof, cultuur en tradities behouden, maar onder invloed van zendingswerk door de katholieke kerk en de Evangelische Broedergemeenschap is van de oorspronkelijke cultuur helaas weinig overgebleven. De nieuwe religies onderwezen in hun centra niet alleen het geloof, maar gaven de kinderen ook regulier onderwijs.

De districtscommissaris en het districtsbestuur van Para zetelen in de hoofdplaats Onverwacht. Andere belangrijke bevolkingsnederzettingen in het district zijn Bigi Poika, Carolina en Paranam.

Economische activiteiten
Para vormt het centrum van de bauxietindustrie; de productie van bauxiet zorgt voor 80 procent van Suriname's nationale inkomsten. De ontginning van bauxiet door de bedrijven Billiton en Suralco vindt onder andere plaats in Lelydorp III. De verwerking van bauxiet geschiedt in Paranam.

Voor het grootste deel van de lokale bewoners is de landbouw het belangrijkste middel van bestaan. De producten ananas, tajer, napi en cassave uit dit district zijn van een uitstekende kwaliteit. De Surinaamse Waterleiding Maatschappij (S.W.M.) wint het kraan-/drinkwater voor het land in Republiek, Para. Van hier wordt het water naar Paramaribo gepompt.

In dit district is tevens een bakstenenindustrie, de firma Keram (opgericht in 1988), gevestigd. Er worden vloertegels, bakstenen, kolomstenen, plavuizen en steenstrips gefabriceerd. In de nabije toekomst zal de dagproductie worden vergroot en een deel daarvan worden geëxporteerd.

In Para komt sierteeltbedrijf Para Flor voor. Dit bedrijf teelt op grote schaal exotische en tropische bloemen naast kamer- en tuinplanten. In Suriname is het bedrijf actief als bloemisterij en bloemengroothandel maar ook als bloemen- en plantendetailhandel. Para Flor heeft in Paramaribo aan de Zwartenhovenbrugstraat haar verkoopadres, maar ook op de luchthaven is een taxfree shop van dit bedrijf gevestigd. Dit betekent dat u vóór uw terugreis naar Nederland een prachtig stuk kunt kopen als souvenir voor de thuisblijvers!

De internationale luchthaven J.A. Pengel is ook in dit district gelegen. Van hier kunt u naar verschillende internationale bestemmingen vliegen, waaronder Amsterdam. Tenslotte vindt u in Para enkele bekwame artsen, die over de volksgezondheid waken.

Toeristische attracties
In dit district vindt u veel (dag)recreatieoorden, zoals Bersaba, Colakreek, Republiek, Zanderij I en Blaka Watra. Het zijn geliefde plekken waar veel dagjesmensen of weekendgangers naar toe gaan om te genieten van de natuur. U kunt er ook zwemmen, wandelen en relaxen (bijvoorbeeld in een hangmat).

Op de Jodensavanne in Para kunt u de historische Jodenbegraafplaats bezichtigen. Ook waterputten en overblijfselen van de historische synagoge kunt u hier nog bewonderen. Er is op deze plek ook een eenvoudig museum ingericht. Jaarlijks wordt de savannerally voor een deel in Para gereden. De deelnemers die helemaal voor de winst gaan, kunnen tijdens de wedstrijd van de omgeving genieten.




Ligging en bereikbaarheid
Het district Nickerie (5.353 km²), met als hoofdstad Nieuw Nickerie, ligt in het westen van Suriname aan de grens met Guyana. Het grenst in het noorden aan de Atlantische Oceaan, in het zuiden aan Sipaliwini, in het oosten aan Coronie en in het westen aan de Corantijnrivier. Nickerie is vanuit Paramaribo gemakkelijk met de auto te bereiken via de oost-westverbinding door Saramacca en Coronie. Ook met het openbaar vervoer kunt u in Nickerie komen; het vertrekpunt van de staatsbussen is aan de Heiligenweg in hartje Paramaribo.
Wanneer u vanuit Coronie Nickerie binnenrijdt, zal het u opvallen dat de kokosbomen van Coronie gauw plaats maken voor uitgestrekte vlakke rijstpolders.

Algemeen

Het huidige Nickerie kreeg weinig belangstelling van de eerste kolonisten. Pas toen de kolonisatie in Suriname al 150 jaar had plaatsgevonden, toonden Engelse en Schotse kolonisten enige belangstelling voor dit gebied en vestigden enkelen zich hier. Al gauw bleek dat de grond zeer vruchtbaar was. Een tweede voordeel was dat de verbouwde producten (voornamelijk koffie) direct uitgevoerd konden worden naar Europa en niet meer eerst de lange reis naar Paramaribo hoefden te maken. Het ging goed met Nickerie en het district bleef opbloeien totdat de zee het land in hoog tempo begon over te nemen. De door de bewoners gebouwde dam mocht helaas niet baten. Tegenwoordig is Nickerie de belangrijkste rijstproducent in het land. De rijst wordt veelal verbouwd op grote lappen grond. De grootste plaats is Nieuw Nickerie, waar het districtscommissariaat is gevestigd, evenals enkele basisscholen en middelbare scholen, bestuursposten en politieposten.

Een archeologische vondst die ten noorden van Wageningen werd gedaan, is de Hertenrits. In een moerasgebied hebben de Arowakken meer dan twaalf eeuwen geleden opgehoogde akkers aangelegd. Waarom en hoe is helaas niet bekend; de aanpak van het archeologisch onderzoek liet te wensen over.

Belangrijke bevolkingsnederzettingen in Nickerie zijn Nieuw Nickerie, Wageningen, Paradise, Henarpolder en Apoera.

Economische activiteiten
De rijstindustrie van Nickerie levert een belangrijke bijdrage aan de Surinaamse economie. De op kleine schaal begonnen rijstcultuur geniet tegenwoordig internationale bekendheid. Vooral de Hindoestaanse immigranten legden zich er op toe en de grootste rijstproducenten behoren tegenwoordig dan ook tot deze bevolkingsgroep.

In dit district wordt ook bakoven geteeld, grotendeels bestemd voor de export. Bakoven wordt onder andere geteeld in de Nickerie tt-polder. Ook de zwampvisserij is voor Nickerie van groot belang. Een bekend produkt hiervan is de smakelijke kwie kwie.

De hoofdplaats zorgt voor de voorzieningen die een groot deel van het district dienen. Hier vindt u de meeste winkels, diverse warenhuizen, filialen van banken uit Paramaribo en het ziekenhuis met moderne apparatuur. Het havenbedrijf van Nickerie zorgt voor de export van de in dit district gekweekte rijst en bakoven.

Toeristische attracties
De plaatselijke radio- en televisiestations houden u op de hoogte wat betreft het cultureel vermaak in Nickerie. In restaurants en hotels kan men u vertellen wat er allemaal op het programma staat voor de komende tijd.

Wilt u in het weekend gaan stappen dan kan dat in de enige discotheek die dit district rijk is, Zeppelin. Het is hier altijd gezellig druk. Verder kunt u een gokje wagen in een van de twee moderne casino’s.

Vanuit Nickerie komt u eenvoudig in het buurland Guyana. Een keer per dag vaart de veerboot de Corantijnrivier op richting Guyana. U moet er wel voor zorgen dat u zich aangemeld heeft bij de vreemdelingendienst in Paramaribo; tevens dient uw paspoort van een multiple entry visum en een uitstempel voorzien te zijn. In Guyana komt u in de plaats Springlands aan en daar kunt u met de bus verderreizen naar de plek die u wenst.

In Nickerie staan enkele immigratie- en emancipatiemonumenten:
· Statuutpark (90 jaar Hindoestaanse- en 80 jaar Javaanse immigratie)
· Willemsplein (50 jaar emancipatie)
· Julianaplantsoen (75 jaar emancipatie)
· D.C. Roblesplantsoen (100 jaar emancipatie) - Statuutpark (90 jaar Hindoestaanse- en 80 jaar
-Javaanse immigratie)
 


 
Ligging en bereikbaarheid
Het district Marowijne (4.627 km²) ligt in het oosten van Suriname, bij de grens met Frans Guyana. De hoofdplaats is Albina. Marowijne wordt in het noorden begrensd door de Atlantische Oceaan, in het zuiden door Sipaliwini, in het oosten door de Marowijnerivier en in het westen door Para en Commewijne. Via de Oost-westverbinding bereikt u Marowijne vanuit Paramaribo in een paar uurtjes. In Albina, geheel oostelijk gelegen, eindigt de lange Oost-westverbinding.

Algemeen
Marowijne was vroeger zeer moeilijk bereikbaar en lag daarom in isolement met de rest van de districten. Toen de goudwinning op gang kwam aan de bovenloop van de Marowijnerivier, kwamen de goudzoekers wel met de zeeboot vanuit Paramaribo. Tijdens hun reis moesten zij vaak één of meer nachten doorbrengen in Albina. Hier kochten zij voorraden en voorzieningen, hetgeen de stad ten goede kwam. In 1916 begon de Surinaamse Bauxiet Maatschappij bauxiet te exploiteren. Tevens stichtte zij het dorp Moengo, welk zich behoorlijk ontwikkeld heeft in de loop der jaren.

Een belangrijke, maar negatieve, gebeurtenis in de geschiedenis van Marowijne is de binnenlandse oorlog onder leiding van Ronnie Brunswijk. Er werd veel verwoest in dit district en dus ook in Albina en Moengo (een groot deel van Albina werd platgebrand). Veel mensen trokken weg uit Marowijne naar veiligere oorden. De oorlog leidde uiteindelijk tot de economische achteruitgang van dit district. Na de binnenlandse oorlog is gestart met de wederopbouw van de vernietigde plaatsen. Langzaam vestigden zich weer mensen in Marowijne. Naast Albina is er een aantal belangrijke bevolkingsnederzettingen in het district: Moengo, Wanhatti, Patamacca, Moengotapoe en Galibi. Verder zijn ook hier politieposten, gebedshuizen van verschillende religies, basis- en middelbare scholen en medische voorzieningen gevestigd, maar deze verkeren in andere condities dan de voorzieningen in Paramaribo.

Economische activiteiten
Net zoals in andere districten, vindt u in Marowijne kleine bankfilialen, posterijen en Telesur. Te Moengo werd vroeger bauxiet gewonnen door de Surinaamse Bauxiet Maatschappij (tegenwoordig Suralco genaamd). Het exploitatiebedrijf is echter verplaatst naar de plaats Coermotibo en de ontgonnen bauxiet wordt in de aluinaardefabriek te Paranam verwerkt. Door de firma Bruynzeel Suriname wordt onder andere in het Cottica gebied in Marowijne aan houtexploitatie gedaan. Bruynzeel hout wordt voor verschillende doeleinden gebruikt (zoals het bouwen van gebouwen) en wordt ook afgezet op de buitenlandse markt.

Toeristische attracties
Galibi is het bekende en populaire zeeschildpadden natuurreservaat. Het is één van de weinige plekken ter wereld waar de reuzenzeeschildpadden (ze kunnen wel 600 kg zwaar worden!) hun eieren leggen. Tussen februari en juli leggen deze beschermde dieren hun eieren en het reservaat mag dan ook slechts onder streng toezicht worden bezocht. Omdat de schilpadden hun eieren in de vroege ochtenduurtjes leggen, is een overnachting noodzakelijk. In het nabije Christiaankondre is een toeristenverblijf gevestigd. Langamankondre is een ander indianendorpje dat net zoals Christiaankondre is gevestigd aan de oever van de Marowijnerivier. Ook dit dorpje wordtregelmatig bezocht door toeristen. Daarnaast kunt u in Marowijne nog een aantal monumenten bezichtigen. Zo vindt u bijvoorbeeld een monument ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van Albina en een monument van luitenant Weyne (vroeger Districtscommissaris van Marowijne). Ook vindt u in Marowijne een beeld van een Indianengroep, gemaakt door Jozef Klas.




Geschiedenis van Coronie
Het district Coronie werd als zelfstandig district ingesteld in 1851. Het dankt zijn naam aan de Coronakreek, waar in het verleden een militaire post was gevestigd. De eerste plantages werden in dit gebied aangelegd in 1808 door Engelse en Schotse kolonisten en de namen van de plaatsen in het huidige Coronie herinneren nog aan de herkomst van die oudste plantage eigenaars. Coronie is dit jaar (1998) dus 190 jaar oud. De oudste plantage is Burnside. Men noemde dit gebied vroeger de Zeekust , omdat alle plantages in dit district zijn aangelegd aan de zeekust. In dit opzicht verschilt Coronie van alle andere districten in de kuststrook, waar de plantages werden aangelegd aan de rivieren. In 1836 werd de naam van de Zeekust veranderd in Opper-Nickerie. Met het bestuur van het district was vroeger belast een landdrost. In 1863 werd ook in Coronie een districtscommissaris belast met het beheer. Het districtscommissariaat is gevestigd te Friendship.

In de jaren na 1808 werd de kuststrook over een lengte van 23 kilometer in cultuur gebracht. De belangrijkste productenwaren suiker en katoen. De suikerplantages werden echter al gauw opgeheven of omgezet in katoenplantages en de plantages die in 1840 nog in cultuur waren, waren vrijwel alle katoen plantages.De huidige nederzettingen in Coronie die aan de rijweg liggen zijn alle oude plantages. Voor een deel zijn ze helemaal verdwenen, maar voor de volledigheid noemen we allemaal die vroeger hebben bestaan, van Oost naar West. Ingiekondre, Inverness, Hamilton (EBG-kerk en school), Welgelegen (R.K kerkje), Hague, Moy, Perseverance, Cardoss Park, Bellevue, Mary's hope (R.K kerk en school), Totness (de oudste vestigingsplaats in Suriname), Friendship (hier is het districtsbestuur gevestigd), Corona (vroeger een militaire post), Bantaskine, John, Belladrum, Johanna Maria, Novar, Clyde (de zendingspost Salem van de EBG met school), Sarah Leasowes (vroeger een bloeiende kokosplantage van de HernHutters met een fabriek voor de bereiding van kokosolie), Burnside (de oudste plantage van Coronie en momenteel het meest westelijke bewoonde plaatsje), Lot no. 208, Hope, Oxford, Potosie, Bucklebury, Waltonhall.

In deze eeuw kreeg het bewoonde deel van Coronie een uitbreiding naar het zuiden, door de uitbreiding naar het zuiden, door de uitbreiding van Totness. In het nieuwe gebied vestigden zich voornamelijk Javanen. Coronie was heel lang het kleinste district van Suriname, met een oppervlakte van nauwelijks 1620 km2 en waar maar 1% van de bevolking woonde. In 1983 werden de grenzen van Coronie uitgelegd en momenteel beslaat het district een oppervlakte van 3902 km2 met nog steeds 1% van de bevolking, omdat het gebied dat aan het oude Coronie werd toegevoegd nog onbewoond is.

Coronie grenst in het oosten aan het district Saramacca, in het zuiden aan het district Sipaliwini, in het westen aan het district Nickerie en in het noorden aan de Atlantische oceaan. De Evangelische broedergemeente maakte een aanvang met de Zending in Moroni 1840. Salem op de voormalige plantage Clyde werd in het district werd in het distrikt de belangrijkste zendingspost. Het mooie kerkgebouw uit de vorige eeuw staat er nog steeds. Te Salem staat ook een van de grootste scholen van het distrikt. Andere posten van de HernHutters in het distrikt waren en zijn gevestigd te Totness en te Hamilton. In Totness staat er een kerkgebouw en vroeger was er ook een handelszaak van de firma Kersten (eigendom van de EBG) gevestigd. Dit gebouw werd later door de overheid overgenomen, die er een logeergebouw van maakte. Te Hamilton heeft de EBG een kerkgebouw en een lagere school.

De R.K Missie maakte een begin met haar missiewerk in 1892, toen zij te Mary's Hope een kerkgebouw met pastorie opzette en een school opende. De kerk werd gebouwd door fr. Harmes, die vooral bekend werd door de bouw van de kathedraal in Paramaribo. Mary's Hope is altijd de belangrijkste post gebleven in het distrikt, maar de R.K bezit ook een klein kerkje te Burnside en aan te Welgelegen. Van de andere grote religies in Suriname (Hindoe, Moslim, Hervormd, Luthers, e.a) vinden we in Coronie slechts weinig belijders. Behalve de reeds genoemde scholen van de HernHutters en de Rooms Katholieken vinden we in Coronie ook een openbare lagere school te Totness en een school voor Ibgo. Kinderen van Coronie die de mulo-school bezoeken worden per bus vervoerd naar Wageningen, terwijl de Ibgo-leerlingen van Wageningen op de zelfde manier naar Coronie worden gebracht (tegenwoordig vind dit niet meer plaats).

Coronie is het enige distrikt waar in het verleden alle lokaal verkeer plaatsvond over de weg. Langs het gehele bebouwde gedeelte van Coronie loopt er namelijk een schelpenrits, die een natuurlijke rijweg vormde, waarover de mensen zich konden verplaatsen, te voet, te paard of met een rijtuig. Het verkeer met de buitenwereld werd onderhouden met kleine zeilboten/kotters. Door de vlakke, modderige kust was het voor grotere boten niet mogelijk om de kust van Coronie te naderen. De kleine boten konden de producten van de plantages ophalen of uitladen, door de sluistreek van een der plantages binnen te varen. Belangrijk voor de scheepvaart is altijd geweest het Totness-kanaal, terwijl vroeger ook het kanaal van Sarah Leasowes, Clyde, Salem belangrijk was.

Grotere boten die vracht of passagiers vervoerden van of naar Coronie moesten mijlen ver in zee blijven liggen, waar lading en passagiers werden overgeladen in kleinere roeiboten, die de sluiskreken konden binnenvaren. Dit zal vooral voor de passagiers geen onverdeeld genoegen zijn geweest, want in volle zee, op de dobberende golven, overstappen in een klein bootje en daarna in de brandende zon of in stromende regen naar de kust varen, vervolgens door het kanaal naar binnen is beslist geen sinecure`. Een tocht die soms uren duurde. En dat vergezeld van miljarden muskieten, vooral als de tocht s'nachts plaats vond.

Door de moeilijke bereikbaarheid van Coronie is het distrikt altijd erg geïsoleerd geweest. En dit isolement heeft in belangrijke mate het karakter van de Coroniaan en van de Coroniaanse samenleving helpen bepalen. Naar of van Coronie ging men alleen maar als het moest, want een pleziertocht was het niet.Ook niet voor de ambtenaren, onderwijzers, medici e.a die er naar toe moesten om te werken. Coronianen brachten hun producten (kokos, kokosolie, varkens, honing) naar Paramaribo en van Paramaribo werden de producten meegenomen waar men in Coronie behoefte aan had. Maar Coronie was in belangrijke mate een zelfgenoegzaam distrikt. Men produceerde zoveel mogelijk alles wat men nodig had, of men leerde leven met wat men had.

De kokoscultuur is vanaf de vorige eeuw voor Coronie erg belangrijk geweest en ook vandaag nog vinden we in Coronie meer kokosbomen dan in de rest van Suriname. Soms werd de kokosnoot als noot verzonden naar Paramaribo, maar in veel gevallen werd reeds in Coronie uit de noot de olie bereid, die in Paramaribo werd verkocht. De varkensteelt was voor Coronie ook belangrijk en de varkens werden gevoed met de afvalproducten van de oliebereiding. De kosten waren daardoor minimaal, maar het nadeel was dat het vetgehalte van de varkens erg hoog lag en dat deed afbreuk aan de kwaliteit van het vlees. Coronie heeft ook altijd een redelijk grote rundveestapel gehad, terwijl van oudsher Coronie het distrikt bij uitstek is geweest voor de honingproductie. Parwahoning van Coronie geldt nog steeds als een der besten honingsoorten van Suriname. Vroeger werd Coronie in het parlement vertegenwoordigd door 1 afgevaardigde, maar met de inwerkingtreding van de grondwet van 1987 werd dit gebracht op 2. Politiek is Coronie verdeeld in 3 ressorten (met daar achter de bekende bevolking per 1 januari 1996-Bron CBB): ressort Welgelegen 625, ressort Totness 1.613, ressort Johanna Maria 684. Dit geeft een totale berekende bevolking per 1 januari 1996 van 2.992 of 0.69% van de Surinaamse bevolking.

In de recente jaren is de rijstcultuur een belangrijk bestaansmiddel geworden in Coronie. Deze cultuur wordt vooral uitgeoefend in de rijstpolders die ten zuiden van het bestaande cultuurareaal zijn aangelegd en ook langs de oost-west verbinding (de weg naar Wageningen). De oogst wordt voor een groot deel vervoerd naar Wageningen, waar het verder verwerkt/bewerkt wordt. Ook kustvisserij vanuit Totness en zwampvisserij langs de oost-west verbinding bieden aan velen een goed bestaan. Te Totness vinden we op het marktplein de markt, waar vooral lokale groenten en vruchten worden aangeboden. Onder de vruchten vallen vooral op de pomme de cythere, de granaatappel en de advocaat, die in Coronie in grote hoeveelheden voorkomen. Op het marktplein vinden we ook twee monumenten: een monument van de revolutie en een beeld van Tata Colin, die in Coronie een slavenopstand had willen ontketenen.

Mogelijkheden tot vermaak zijn er ook in Coronie. Wel andere dan in Paramaribo. Televisie of radio kan men nauwelijks of niet ontvangen. Een bioscoop is er niet. Het Cultureel Centrum Coronie ontplooit niet veel activiteiten. Maar de aanwezigheid van waterleiding en van elektrisch licht heeft het leven wel een stuk aantrekkelijker gemaakt. Opvallend in Coronie is het relatief groot aantal Chinese namen van de bewoners. De oorzaak hiervan is terug te voeren tot 1858, toen een groep van 25 Chinese immigranten naar Coronie werd gezonden om het Totness kanaal uit te graven. Zij bleven er voor het merendeel wonen en vermengden zich met de lokale bevolking.

Van de sporten wordt vooral voetbal veel beoefend en clubs uit Coronie zijn al vaker doorgedrongen tot de hoogste afdeling van de SVB. In het stadion van Totness worden regelmatig wedstrijden gespeeld tegen ploegen uit Paramaribo. Voor de 2e wereldoorlog was ook cricket een veel beoefende sport in Coronie, maar daar wordt tegenwoordig niets meer aan gedaan.

Ook aan de gezondheidszorg is in Coronie altijd ruim aandacht aan besteed en redds in de vorige eeuw werd er vanwege de overheid altijd gezorgd dat er een medicus en een vroedvrouw aldaar werden gestationeerd. Tegenwoordig bezit Coronie te Friendship ook een gezondheidscentrum.

In de jaren 40 en daarna werd Coronie uit zijn isolement verlost, door de Saramaccaweg door te trekken naar Boskamp en aan de Coronie-zijde de verbinding tot stand te brengen tussen Jenny aan de Coppenameen de bestaande weg naar Totness. Aan de west-zijde werd in de jaren 60 een land verbinding aangelegd, die de oude weg van Coronie verbindt met het wegennet van Wageningen en Nieuw-Nickerie. Men kan nu dus van Coronie per auto rijden naar Paramaribo of naar Nickerie en men is niet langer overgeleverd aan de ontberingen van de zeereis.

Hoe plezierig de ligging aan zee ook kan zijn in sommige opzichten, Voor Coronie heeft dit eveneens een probleem gebracht. De afwatering van alle planteges was gericht op de zee. De zeekust is bij Coronie echter onderhevig aan veranderingen. Soms is er afslag /landverlies. Dan worden de dijken vernield door het zeewater, dat daarmee vrije toegang krijgt tot de plantages, of de sluizen verdwijnen in zee, zoals in de jaren 60 nog is gebeurd met de sluis in het Totness kanaal. Maar soms is er aanslibbing / landaanwinst. Dan slibt de sluiskreek dicht en kan het overtollige water van de plantage niet meer vrij worden afgevoerd naar zee. In beide gevallen heeft het land dus te lijden van het water.

In 1921 woonden er in Coronie 1.850 mensen, d.i. 2% van de totale Surinaamse bevolking. In 1950 woonden er 3.967 mensen, waarvan 3.551 creolen, 48 Hindoestanen, 334 Javanen, 22 chinezen, 6 Europeanen, en 6 overigen. In 1996 was iets meer dan eenderde deel van de Coroniaanse bevolking jonger dan 18 jaar en er woonden meer mannen dan vrouwen in het distrikt.




Nieuw Amsterdam
De hoofdstad van het district Commewijne, Nieuw Amsterdam, staat bekend om het oud Fort dat is gebouwd tussen 1743 en 1758. Tegenwoordig functioneert dit fort, enigszins verwaarloosd, als een openlucht museum. Wie zich verder in de geschiedenis van Suriname wil verdiepen kan een bezoek brengen aan dit Fort Nieuw Amsterdam.

Achter dit fort is er een vissersdorp waar dagelijks verse vissen en garnalen uit de monding worden aangevoerd en verwerkt. Het moderne, door Japan geschonken Visserijcentrum voorziet de vissers van het mondingsgebied van alle mogelijke faciliteiten.

Marienburg
Op Mariënburg, de oudste suikerrietplantage, werd in 1650 nog door de Engelsen aangelegd. In 1882 begon de Nederlandse Handelsmaatschappij met een Centrale Suikerfabriek. in 1890 kwamen de eerste 44 Javaanse contractarbeiders op Mariënburg aan. In 1939 waren het er al 32 duizend. Nu zijn er meer dan het dubbele aantal Surinamers van Javaanse origine. Ooit was Mariënburg de grootste en modernste suikeronderneming en distilleerderij van Suriname. Suikermelasse werd er gestookt tot de gerenommeerde rum Black Cat. Meer dan tweeduizend Javaanse contractarbeiders werkten er. Verder lag er rond Mariënburg een spoorwegnet van 60 kilometer, die de fabriek verbond met het magazijn aan de rivier en met de plantages in oostelijke en westelijke richting. De plaats waar de eerste spoorweg en de eerste elektrische verlichting in Suriname werden aangelegd, is nu een museale schroothoop. Overal liggen roestige voorwerpen. Bomen en struiken slingeren zich rond metalen leidingen. Koeien hebben vieze sporen nagelaten.

Op 29 juli 1902 braken er sociale onlusten uit in Mariënburg. Javaanse arbeiders vielen een Engelse directeur aan en kapten hem morsdood. Volgens het koloniaal verslag werd hij door meer dan 200 razende en tierende arbeiders met houwers op de meest barbaarsche wijze afgemaakt'. Het leger kwam tussenbeide en er vielen 24 doden. Zie ook: Tweemaal Mariënburg, van Cynthia Mc Leod.

Braamspunt
Vooral gedurende de weekeinden trekken steeds meer mensen uit Paramaribo naar Braamspunt voor een "dagje strand". Bij hoogwater kan er in het water goed gezwommen worden. Laagwater is geschikt voor een verre strandwandeling. Op de heen- of terugweg naar Braamspunt kan een bezoek gebracht worden aan het vissersdorp Pomona aan de monding van de Jonkermans Kreek. De gastvrije javaanse bevolking houdt zich er bezig met de fuik- en lijnvisserij. De geschatte produktie bedraagt ongeveer 300 ton vis en garnalen per jaar. Het garnalenseizoen valt samen met de droge tijd. De rest van het jaar worden vooral vissen gevangen. De vangst wordt ter plaatse verwerkt: garnalen worden gekookt, gedroogd en gepeld en vissen gezouten en in de zon gedroogd of gebarbakot (gerookt).

Matapica

Via de Commewijne Rivier en de Matapica Kreek kan men varen naar de monding van het Matapica Kanaal waar er een Iogeergebouw staat. Onderweg kan een bezoek gebracht worden aan de citrusplantage Alliance en de plantage Baki. Het Matapica-gebied is rijk aan kustvogels. De beroemde legstranden der zeeschildpadden hebben zich de laatste jaren in westelijke richting verplaatst. Wie erheen wil moet wel bereid zijn een verre en zware (nachtelijke) voettocht te ondernemen. Sommige tour-operators verzorgen overdag tochten naar de schildpad-stranden, waarbij er in tenten op het strand overnacht wordt.

Het Brug-effect
Hotel Royal Tamanredjo is de eerste concrete investering die de brug over de Suriname rivier heeft bewerkstelligd. Geprikkeld door de aankondiging van de toenmalige president tweeëneenhalf jaar geleden dat over de Surinamerivier een brug zou worden gebouwd, staken de gebroeders Mathoera bijkans 150.000 US dollar in de bouw van het hotel in Commewijne. Behalve grootse plannen op papier is het na de bouw van de brug niet tot een toename van investeringen in het oosten van het land gekomen. Mathoera zegt dat voor dit district gekozen is door het geloof dat Commewijne zich tot de tweede grootste stad zal ontwikkelen indien daadwerkelijk een probleemloze verbinding met het oosten van het land tot stand komt.

Overige inetressante dorpen in Commewijne zijn: Clevia, Sorgvliet, Potribo, Johanna Margeretha, Alkmaar, Katwijk, Rust en werk, Meerzorgen Peperpot.




Ligging en bereikbaarheid
De plaats Brokopondo is de hoofdstad van het district Brokopondo. De oppervlakte van dit district bedraagt 7.364 km² en het grenst in het zuiden, oosten en westen aan Sipaliwini en in het noorden aan Para. U kunt Brokopondo via de weg bereiken. Vanuit Paranam volgt u de weg, welke u zal leiden naar Afobaka (de stuwdam) en indien u verder wilt, naar Pokigron ten zuiden van het stuwmeer.

Algemeen
In 1958 werd een overeenkomst gesloten tussen de Surinaamse regering en het bedrijf Alcoa met betrekking tot het bouwen van een stuwdam in de Surinamerivier. Die was nodig om energie te kunnen opwekken voor de aluminiumfabriek in Paranam en voor het land zelf. Daarvoor zou het nodig zijn om een stuk land onder water te laten lopen, land waarop mensen woonden.

Er werd geschat dat ongeveer vijfduizend mensen (allemaal nakomelingen van ex-slaven) zouden moeten verhuizen naar door de overheid voor hen gestichte nieuwe dorpen. De bouw van de dam startte in 1960 en in 1964 werd deze gesloten. Het gebied begon toen onder water te lopen en het meer, dat de naam Dr. Ir. J.W. van Blommensteinmeer kreeg, werd gevormd. In 1965 werd voor het eerst energie opgewekt en in datzelfde jaar werd ook de aluminiumsmelter officieel in werking gesteld. Voordat het gebied onder water kwam te liggen, werden vele (beschermde) dieren gevangen en overgebracht naar andere gebieden.

Ook in dit district hebben Hernhutter en katholieke zendelingen scholen gesticht, zodat de kinderen onderwijs konden genieten. De gezondheidszorg in Brokopondo is grotendeels in handen van de medische zending. Belangrijke bevolkingsnederzettingen in Brokopondo zijn Centrum Brokopondo, Brownsweg, Sarakreek, Maréchalskreek en Klaaskreek. De districtscommissaris zetelt in de hoofdplaats Brokopondo.

Economische activiteiten
Sinds 1965 wordt in Brokopondo energie (voornamelijk voor de aluminiumfabriek) opgewekt. Daarnaast is er een aantal grote bedrijven dat zich bezighoudt met houtkap, steenkoolwinning of veeteelt. De meeste bedrijven zijn gevestigd langs de Afobakaweg (de weg die naar Afobaka en nog verder zuidwaarts naar Pokigron leidt). Ook houtkappers en goudwinners bereiken de binnenlanden via deze weg. Voordat deze weg er was, moest men gevaarlijke tochten maken door het bos en over de stroomversnellingen.

In de Mindrineti rivier, de Surinamerivier en de Sarakreek legt de lokale bevolking zich toe op goudwinning. Door de aanwezigheid van het prachtige en veelbezochte Tukunarie eiland speelt toerisme hier een belangrijke rol. In het stuwmeer wordt de smakelijke Tukunarie vis gevangen. Veel dorpen in Brokopondo zijn aangesloten op het waterleiding- en electriciteitsnet.

Toeristische attracties
Toekanarie eiland trekt al jaren veel toeristen, voornamelijk door de schitterende natuur op het eiland (tropisch bos, vogels, stroomversnellingen en rivieren) en de cultuur van de lokale bewoners.

In de hoofdplaats Brokopondo kunt u een monument, gemaakt door beeldhouwer Jo Rens, bezichtigen.








DE BEVOLKING




 
De Surinaamse bevolking vertoont een grote etnische verscheidenheid als gevolg van de gevoerde koloniale arbeidspolitiek tot instandhouding van de plantagelandbouw. De bevolking is geconcentreerd in de kuststreek, daar woont ca. de helft in een straal van 35 km rondom Paramaribo.

Groot-Paramaribo heeft ca. 200.000 inwoners. De resterende bevolking woont in kleine nederzettingen langs de kust en langs de rivieren. De enige andere plaats van betekenis is Nieuw Nickerie.Naar schatting wonen er ruim 300.000 personen van Surinaamse afkomst in Nederland(zie ook emigratie).

In 1994 bedroeg het inwoneraantal van Suriname ca. 418.000. Er zijn 8 verschillende bevolkingsgroepen te benoemen. In 1994 zijn de verhoudingen Hindoestanen 35%, Creolen 32%, Javanen 15%, Marrons of Bosnegers 10,5%, Indianen 2,5%, Chinezen 2%, Europeanen 1,5%, anderen 1,5%. De natuurlijke bevolkingsaanwas bedroeg in de periode 1985-1994 1,1%. Het geboortecijfer was in 1991 23%, het sterftecijfer 6%.

Taal
Er worden in Suriname ongeveer 20 talen gesproken. De officiële taal is het Nederlands. Het Surinaams of Sranantongo ontwikkelde zich reeds vroeg tijdens de slaventijd als creoolse taal. Het 'Sranan' is te onderscheiden van de door de Bosnegers gesproken talen zoals het Saramakaans en het Aukaans. De Indianen spreken verschillende Indiaanse talen. De in de 19de eeuw gearriveerde contractarbeiders brachten het Hindi, Javaans en Chinees. De omgangstaal tussen de groepen is het Sranantongo.

Godsdienst
De godsdienstige verscheidenheid komt in grote lijnen overeen met de etnische. De creolen behoren voornamelijk tot de christelijke kerken. Ruim 40% van hen is Rooms-katholiek en ongeveer eenzelfde percentage van de creolen is lid van de Evangelische Broedergemeente. Een groeiend aantal behoort tot verschillende pinkstergemeenten. Tot de religieuze uitingen van de creolen en van de Bosnegers en de Indianen moet ook de Winti-cultus gerekend worden. Vaak zijn deze bevolkingsgroepen zowel Winti als een christelijke godsdienst toegedaan. De joden (zowel Asjkenaziem als Sefardiem) vormen een zeer kleine minderheid. De Hindoestanend hangen voor ca. 80% het hindoeïsme aan, 15% is islamiet, 5% christen. De Javanen zijn overwegend islamiet. De Indianen zijn grotendeels, althans officieel, gekerstend.

Samenleving
Suriname heeft als staatsvorm de parlementaire democratie. Volgens de grondwet van 1987 berust de hoogste macht bij de voor vijf jaar door de Verenigde Volksvergadering (een uitgebreid parlement) gekozen president, die naast staatshoofd en opperbevelhebber van de strijdkrachten tevens regeringsleider is. Deze laatste functie wordt ex officio uitgeoefend door de vice-president. De Nationale Assemblee is het hoogste staatsorgaan en telt 51 leden.

Indeling
Suriname is ingedeeld in tien districten plus de hoofdstad. De districten zijn Paramaribo, Brokopondo, Commewijne, Coronie, Marowijne, Para, Wanica, Sipaliwini, Saramacca en Nickerie. De districten worden beheerd door een districtscommissaris. Het district is een administratief onderdeel van de centrale regering in Paramaribo, en de districtscommissaris krijgt zijn instructies van de minister van Districtsbestuur en Decentralisatie. De districten zelf zijn weer onderverdeeld in gebieden die onder een bestuursambtenaar met vaste standplaats vallen. Er is geen gemeentelijke indeling. Wel onderscheidt men binnen een district verschillende gemeenschappen, zoals vestigingsplaatsen (oude plantages), dorpsgemeenschappen, waterschappen en dorpen (grondjes).

Politiek
Politieke partijen en vakbonden
De volgende politieke partijen speelden voor de militaire staatsgreep van 1980 en na de herdemocratisering in 1987 een belangrijke rol. De Kaum Tani Persatuan Indonesia, nu genaamd Kerukanan Tulodo Pranatan Ingil (KTPI = Partij voor Nationale eenheid en saamhorigheid van de Hoogste Orde). Deze partij is sterk bij de Javaanse bevolkingsgroep. De Nationale Partij Suriname (NPS), de grootste partij voor de creolen. De Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP), steunend op de Hindoestaanse bevolkingsgroep. Samen vormen deze drie partijen het Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling. Tevens zijn er de met legerleider Bouterse verbonden Nationale Democratische Partij (NDP) en het Democratisch Alternatief '91 (DA '91), een bundeling van vier partijen.

De vakbeweging speelt van oudsher een belangrijke rol in het maatschappelijk leven. De belangrijkste vakbonden zijn het Algemene Verbond van Vakverenigingen in Suriname, 'de Moederbond', de Centrale 47 (C-47) en de Centrale van Landsdienaren Organisaties. Deze drie bonden verenigden zich in 1987 in de Raad van Vakverenigingen Suriname.

Bronnen:
Beatty, N.B. / Suriname
Chelsea House, 1999
Encarta, 1998
Leuwsha, T / Reishandboek Suriname
Elmar, 1997
Noordegraaf, W / Suriname
ANWB, 1994




De creoolse bevolkingsgroep

De huidige Afrikan-Surinamer heeft diverse ontwikkelingen doorgemaakt. Waar het betreft de sociale status is er een vertegenwoordiging in de elite, de middenklasse, en een grote lage klasse. Van de Afrikan-Surinamer vinden we een grote groep vertegenwoordigers in de stad en het binnenland. Volgens de authentieke benadering werden deze nazaten van niet-gevluchte slaven de stadscreolen genoemd en de nakomelingen van de gevluchte slaven (marrons) de boslandcreolen.

De invloed van de westerse cultuur heeft zich doen gelden in vele uitingsvormen van de Afrikan-Surinamer. Tot voor kort had zij het minst zijn invloed op de boslandcreool omdat die nog in stamverband, in dorpen bij elkaar woonden. Door allerlei ontwikkelingen is een steeds grotere groep boslandcreolen in de stad woonachtig en doorlopen (vaak moeizaam) het socialisatie/integratie proces onder de nieuwe woon- en leefomstandigheden.

De vermenging van de stadscreool met andere groepen is momenteel groter dan bij de boslandcreool. Velen die zich creool noemen, hebben (voor) ouders die niet van Afrikaanse afkomst zijn. Het creool zijn wordt meestal ontleend aan de soort opvoeding die iemand genoten heeft en vaak ook de groep waar hij zich het meeste mee identificeert.

Van oudsher zijn de voorouders van de stadscreool afkomstig uit de districten Paramaribo, Wanica, Commewijne, Coronie, Saramacca, Nickerie, Marowijne en Para. Zij wonen vaak dichtbij de plantages waar zij als slaven hebben gewerkt. In een aantal gevallen is een of een aantal families eigenaar geworden van een of meerdere van deze plantages. De meeste nakomelingen wonen echter in de stad en gaan meestal voor recreatie en ontspanning terug naar hun plaats van afkomst. De voorouders, de woongemeenschappen/dorpen, van de boslandcreool zijn te vinden in de diepe binnenlanden m.n. in de districten Brokopondo, Sipaliwini en Marowijne. Enkele jaren terug werd vanwege het opzetten van het Brokopondo Stuwmeer enkele dorpen verplaats naar lokaties dichter bij de stad, daarom vinden wij ook een grote groep nazaten in het district Para. Ook hier is het patroon dat men voor recreatie en ontspanning en bij overlijden naar de dorpen gaat.




De hindoestaanse bevolkingsgroep


Reeds voor de afschaffing van de slavernij en ook in de jaren van het Staatstoezicht werden pogingen gedaan om kontraktarbeiders voor de platages aan te trekken. De regering ondersteunde deze pogingen met premies en met toekennen van faciliteiten, maar liet de immigratie over aan de partikulieren. Hierdoor vooral kwam er in die jaren geen grootschalige immigratie van de grond, omdat belangrijke emigratielanden, w.o. Engeland als eigenaar van Brits-Indië, hun havens niet wilden opstellen voor emigratie, als die niet plaatsvond door of onder toezicht van de regering van de ontvangende landen.

Het woord Hindoestaan betekent in het Perzisch een bewoner van (Noord)-India. Hind is in het Perzisch India; "Stan" betekent in het Perzisch plaats. De naam is een verbastering van de Sanskrit naam Sindh, het land werd door de bewoners van de Indusvallei zelf als Sindh aangeduidt. Bewoners van de Indusvallei werden aangeduid als Hindoe. De S in Sindh maakte dus plaats voor de H en dus ontstond de term Hindoestaan. Sindh is sinds 1947 een provincie van Pakistan.

De naam India is een verbastering van het woord Hind. India is oud-Grieks voor "Indos" dat duidt op de rivier de Indus en India. De naam heeft dus geen religieuze lading maar verwijst naar een etniciteit. Het is daarom ook een misvatting die door velen gemaakt wordt om de term Hindoestaan met Hindoe te verwarren. De bevolkingsgroep noemt zichzelf liever "Hindostaan", omdat hiermee het beladen gedeelte dat naar het hindoeïsme verwijst vermeden wordt. Een niet onaanzienlijk gedeelte van de Hindostaan is namelijk moslim. Dit kwam doordat een gedeelte van India langere tijd een onderdeel was van het Mughalrijk. Het woord Hindoestaan is een Nederlands verzinsel.

Na de afschaffing van de slavernij in 1863 weigerden veel voormalige slaven nog langer op de plantages te werken. Suriname ging op zoek naar nieuwe en vooral goedkope arbeidskrachten. Contractanten die zich een aantal jaren moesten verbinden tot het verrichten van arbeid in loondienst op de plantages. Zo werden in 1853 Chinezen uit China en Java en Portugezen uit Madeira aangeworven. Toen dit onbevredigend verliep, richtte men de blik op een wervingsterrein waar andere landen wel succes hadden: Brits India. De Engelse en Franse kolonies betrokken daar vandaan al geruime tijd hun plaatsvervangers voor de negerslaven.

Vanaf 1868 werkten er al Hindoestaanse immigranten afkomstig uit het Engelse deel van West-Indië (zoals Brits-Guyana) op Surinaamse plantages. Het betrof vooral Indiase immigranten die als contractarbeider naar Britse kolonies in West-Indië waren gekomen en na afloop van hun contract aldaar een nieuw contract voor Suriname sloten.

In 1872 werd een tractaat gesloten met de Engelse regering. Dit werd in Engeland ondertekend door Koningin Victoria op 10 februari 1872, en koning Willem III bekrachtigde het zes dagen later. Op 5 juni 1873 arriveerde het eerste schip met Brits-Indische contractanten, de Lalla Rookh, in Suriname. De 399 passagiers zetten voet aan wal te Fort Nieuw Amsterdam, thans de hoofdplaats van het district Commewijne.

Het aanwervingscentrum van het koloniaal bestuur van Suriname was in Calcutta, de hoofdstad van Bengalen. Het voornaamste wervingsterrein waren de United Provinces (tegenwoordig Uttar Pradesh en West-Bihar in de Gangesvlakte van Noord-India. Deze streken behoorden tot de dichtst bevolkte gebieden ter wereld, met weinig andere bestaansmogelijkheden dan de landbouw. Voor de werving van de aspirant contractanten maakte men gebruik van wervers (Arkaathi's). Met valse voorwendselen en mooie beloften haalden de wervers de mensen over om mee te gaan. Vanuit de 'subdepots' in Benares, Allahabad, Basti en Muzzafarpur werden zij per trein vervoerd naar de inschepingshaven Calcutta. Van hieruit maakten zij de overtocht per zeil- of stoomschip. Per zeilschip duurde de reis 3 maanden, per stoomschip 6 à 8 weken.

Tussen 1873 en 1916 kwamen ongeveer 35.000 Hindostanen uit Brits-Indië naar Suriname. De contractanten lieten een armoedig bestaan in India achter zich, maar kregen het in eerste instantie in Suriname niet veel beter. Zij werden zeer slecht betaald, zodat ze ook wel 'cent-slaven' werden genoemd. De roman Tweemaal Mariënburg van Cynthia Mc Leod geeft een beeld van hun leven in die tijd. Ongeveer éénderde van de immigranten keerde na afloop van hun (vervolg)contract terug naar hun geboorteland. In dezelfde periode kwamen daarnaast ca 2.500 Brits-Indiërs als vrije immigranten naar Suriname.

In 1916 zette de Britse regering de emigratie van contractarbeiders naar alle delen van de wereld stop, onder druk van de nationalistische beweging onder leiding van Mahatma Ghandi.

De ruim 25.000 Hindostanen die in Suriname bleven hebben inmiddels ca 300.000 nakomelingen in leven (waarvan 150.000 in Nederland).

Tegenwoordig
Inmiddels staan Hindoestanen in Suriname bekend vanwege hun ondernemerschap. Hoewel de politieke macht lange tijd in handen was van de Nederlanders en (daarna) de Creolen hadden Hindoestanen een financieel-economisch overwicht ten opzichte van andere inheemse bevolkingsgroepen. Lange tijd leek het er op dat de Hindoestanen politiek weinig te vertellen hadden en zouden krijgen, maar hun positie - en dan vooral die van de VHP - is cruciaal voor het bereiken van meerderheidsregeringen.

Het Surinaamse parlement werd in de periode van 1984 tot 2001, 17 jaar lang, voorgezeten door VHP-voorzitter Jaggernath Lachmon. Met Fred Ramdat Misier, president in 1982-1988, en Ramsewak Shankar, president van 1988 tot 1990, vormen Hindoestanen inmiddels een belangrijke politieke macht.



De javaanse bevolkingsgroep

De Indonesische immigranten werden in kleine groepen vanuit het toenmalige Nederlands-Indië naar Nederland gebracht, waarvandaan ze weer groepsgewijs naar Paramaribo werden getransporteerd. Het vervoer van de Javaanse immigranten heeft tot 1914, behalve in 1894, in twee etappes via Amsterdam plaatsgevonden.

Als afreisplaatsen op Java fungeerden Batavia (Djakarta), Semarang en Tandjong Priok. De aangeworven arbeiders (en hun eventuele gezinsleden) verbleven daar enige tijd in een depot waar zij werden geregistreerd en gekeurd. Daar tekenden zij ook hun contract.

In de periode van 9 augustus 1890 tot 13 december 1939 werden in totaal 32.965 Javaanse immigranten aangevoerd, waarvan tot 1954 een aantal van 8.684 (26%) terugkeerde naar Indonesië. De cijfers zijn te vinden in het Staatsarchief Suriname, archief Immigratiedepartement (gepubliceerd in Hoefte, 1998, p. 62 e.v.). Er zijn dus ongeveer 23.000 Javaanse immigranten in Suriname achtergebleven.

De immigranten werden aangetrokken voor werk op de plantages, met uitzondering van een groep in 1904. In dat jaar werd 77 Javanen speciaal voor arbeid ten behoeve van de Koloniale Spoorwegen aangetrokken. Vanaf de Eerste Wereldoorlog waren, met medewerking van de autoriteiten, ook arbeiders werkzaam bij de Surinaamse Bauxietmaatschappij te Moengo.




De chineze bevolkingsgroep

De eerste Chinese immigranten kwamen in Suriname aan op 20 oktober 1853. Deze groep kwam van Java, vanwaar zij vertrok op 2 juli 1853, telde aanvankelijk 18 man, maar onderweg stierven er 4, zodat 14 aan land kwamen. Zij was gezonden voor de gouvernementssuikerplantage Catharina Sophia in Saramacca, om ingezet te worden bij een nieuwe manier van suiker koken. Een jaar na aankomst stierven er nog 2. "De een aan syphilis en woekerende zweren, gevolgd door koud vuur en de ander aan uittering en zweren gevolgd door diarrhea en koud vuur".

Er waren toen dus 12 over, van wie gezegd werd: "Hun werk is goed, doch men kan geen geheel volle slechts halve taak van hen berekenen. Over het algemeen laat hunne gezondheid veel te wensen over. Al men echter in aanmerking neemt, welk soort van mensen het is, dan gaat het nog al vrij wel".

In 1856 liepen de kontrakten van deze eerste Chinezen af. Er waren intussen nog 11 over. Drie werden overgehaald om in Suriname te blijven om als tolk te fungeren voor Chinezen die later zouden komen. In 1858 kwam een nieuwe groep Chinese immigranten naar Suriname. Zij kwamen uit Macao. Van deze groep werden 325 afgestaan aan plantages en 175 door het gouvernement ingezet bij eigen werkzaamheden, o.a. te Catharina Sophia en Coronie, waar ze het kanaal naar zee hielpen uitgraven.

Over het algemeen was men tevreden over deze immigranten. Toen door de Emancipatiewet de voorwaarden voor aanvoer van immigranten aantrekkelijker werden, o.a. door toekenning van premies, werd in Amsterdam de Surinaamse immigratie Maatschappij opgericht, die immigranten aanvoerde uit Hong Kong t.w. 286 in 1865, 807 in 1866, 516 in 1868 en 405 in 1869.

In 1872/1874 voerde de Nederlandse Handel Maatschappij voor haar plantage Resolutie, aan de Commewijnerivier nog 115 Chinezen aan van Java. Hiermee eindigt de officiële kontraktimmigratie van Chinezen.

Van deze immigranten is een deel naar Chian teruggekeerd, een deel is hier overleden, een deel heeft een bestaan gezocht en gevonden in de kleinhandel en een deel is als arbeider blijven werken op de plantages. Van deze laatste groep hebben vrijwel allen hun laatste levensdagen gesleten in het weldadigheidsgesticht 's landsgrond Boniface. Vermelding verdient in dit verband dat in 1880 de vereniging Kong Ngie Tong (sang) werd opgericht, die 3 jaar later een verenigingsgebouw opzette aan de Steenbakkersgracht (huidige Dokter Sophie Redmondstraat), waar ook ouden van dagen werden opgevangen en verzorgd.

In 1904 werd nog een groep Chinezen aangevoerd om mee te helpen bij de aanleg van de spoorweg. Het einde van de kontraktimmigratie betekende echter niet het einde van de komst van Chinezen naar Suriname. Regelmatig, tot op de huidige dag, bleven Chinezen komen. In de meeste gevallen werdenen worden ze hierheen gehaald door familieleden.

Im totaal werden 2625 Chinese immigranten aangevoerd. Hun nakomelingen en die van de later aangekomen Chinezen vormen nu het Chinese element in de samenleving. Ze zijn volledig geïntegreerd en te vinden in alle sektoren van de samenleving. In het verleden zijn de Chinese immigranten weleens ongunstig in het nieuws gekomen als piauwverkoper of als opiumschuiver, maar wat zou nu de Surinaamse samenleving zijn zonder de Chinese winkel op de hoek, zonder "tjauwmin" en al dat andere Chinees eten, zonder Chinees vuurwerk bij oud- en nieuwjaar, zonder de Chinese draak, zonder het matjok spel. De Chinese gemeenschap in Suriname heeft altijd een bloeiend verenigingsleven gekend. De oudste nog bestaande vereniging in Kong Ngie Tong Sang aan de Dokter Sophie Redmondstraat. Door afsplitsing ontstond later Chung Fa Foei Kong aan de Keizerstraat. Nazaten van Chinese immigranten zijn bestuurslid en zelf voorzitter geweest van de Kamer van Koophandel en Fabrieken in Suriname. Al heel lang zijn artsen, advokaten en loodsen met een Chinese naam een normale zaak in alle geledingen en bedrijvigheden van Suriname. Ook in de sport hebben nazaten van Chinese immigranten steeds een belangrijke rol gespeeld. Bekende musici, balletpedagogen, schilders en beeldhouwers dragen Chinese namen.

In het ambtelijke en het bedrijfsleven hebben nakomelingen van deze immigranten het gebracht tot topposities, zoals distrikscommissaris, departementsdirekteur, direkteuren van grote bedrijven en hoogleraar. Er is een Chinese zwemvereniging, De Witte Lotus. De Chinezen hebben een eigen krant en een eigen begraafplaats. Ook in de politiek hebben ze hun bijdrage geleverd in de vorm van ministers en zelf werd in 1980 de internist Henk Chin A Sen de eerste president van Chinese komaf.

Bron: Suralco Magazine, 1996, vol 20 nr. 2
 



De indiaanse bevolkingsgroep

Wanneer de meeste mensen aan Indianen denken, denken zij aan oorlogzuchtige mensen met veren in hun haar die te paard over een onafzienbare grasvlakte trekken op zoek naar bizons voor voedsel. Altijd zijn zij in oorlog met blauwjassen, de bereden soldaten van de Amerikaanse cavalarie.

Over Nederlanders bestaat in het buitenland het beeld dat zij op klompen door de tulpenvelden lopen die zonder de dijken overstroomd zouden worden door de zee. Dit is waar en niet waar. Veel land in Nederland bestaat uit polders, vroeger liepen de boeren in Nederland inderdaad op klompen, en een aantal doet dat nog steeds, tulpen zijn een belangrijk exportprodukt, maar chips voor computers zijn dat ook.

Zo is dat ook met de Indianen. Het beeld van de Indiaan te paard is alleen waar voor de Indianen op de Prairie. De Prairie is een grasvlakte die ongeveer in het midden ligt van de Verenigde Staten van Noord-Amerika. In dit gebied trekken Indianen eigenlijk alleen in de periode tussen 1650 en 1880 rond op paarden. in de periode daarvoor zijn er geen paarden en daarna zijn er geen bizons meer om op te jagen en worden zij verplicht door de Amerikaanse overheid om op één plek te blijven. Trouwens niet alle Indianen van de vlakte trekken rond op paarden. Anderen verblijven in die periode in dorpen langs de rivieren en zij gaan slechts één keer in het jaar voor een paar weken met tenten en paarden de vlakte op, op zoek naar bizons.

Veren zijn voor bijna alle Indianen in heel Amerika belangrijk, maar niet voor allemaal. Iedere groep Indianen draagt de veren anders in het haar en voor iedere groep betekenen de veren iets anders. De soort veren die in de tooi gaat, is afhankelijk van de vogels die in het gebied voorkomen. Tegenwoordig is bij de meeste Indianen in Noord-Amerika de verentooi van de Sioux in de mode. Het lijkt erg op de modes in hoeden en petten in West-Europa.

In verhalen worden Indianen vaak als wreed en slecht afgeschilderd. In strips zijn Indianen vaak de schurken. Dat komt omdat zij de opmars van de blanken in Amerika hebben opgehouden. Bij de strijd om hun land hebben de Indianen zich met hand en tand verdedigd. Het is moeilijk dat slecht te vinden.

In werkelijkheid zijn het de kolonisten uit Europa, later de Amerikanen, geweest die wreed waren. Zij hebben het land op de Indianen veroverd en zij deinsden daarbij nergens voor terug. Ook spreken Indianen in strips vaak de taal slecht. De meeste Indianen spreken uiteraard hun eigen taal net zo goed of slecht als andere mensen hen eigen taal spreken.

Een andere bewering die je vaak hoort over Indianen is dat zij in harmonie met de natuur leven. Dit is niet helemaal waar. Ook Indianen hebben veel natuur verwoest. Duizenden dieren zijn gedood om hun bont te ruilen voor Europese goederen, zoals geweren. Bij veel Indiaanse volken bestaat wel veel respect voor niet-menselijk leven. Zo kennen veel volken de gewoonte om een dier voor vergeving te vragen nadat het gedood is.

Dit verhaal over de edele wilde heeft zijn oorsprong in de eerste contacten tussen Europeanen en Indianen. De Europeanen zijn dan onder de indruk van de democratie in veel Indiaanse samenlevingen en zien de Indianen als voorbeeld voor ons. De ideeën die wij nu hebben over Indianen zijn een combinatie van deze filosofen en de verhalen van de kolonisten over de wreedheid van Indianen. Allebei de zienswijzen kom je steeds weer tegen.

Voor de Indianen is de verovering van Amerika door de Europeanen een ramp. Zij sterven vanaf dat moment massaal aan voor hen onbekende ziektes, komen om in de slavernij of worden verdreven van hun land. Veel volken sterven zo uit. In Argentinië, Chili, Texas, het oosten van Noord-Amerika en Californië zijn bijna alle Indiaanse volken verdwenen.

Vreemd is dat ondanks al deze ellende zo veel Indiaanse volken zijn blijven bestaan. Het Incarijk in Peru wordt verwoest door Pizarro in het begin van de zestiende eeuw, maar de taal van de Inca's, het Quechua, wordt nog altijd door zes miljoen mensen gesproken. In aantallen zijn er nu ongeveer evenveel Inca's als op het moment dat de Spanjaarden voet aan wal zetten in Peru.

De Sioux van de Prairie verliezen uiteindelijk hun oorlog tegen de Verenigde Staten van Noord-Amerika maar er zijn er nog altijd zo'n vijftigduizend. De meesten spreken naast Engels hun eigen taal en velen combineren het christendom met hun eigen religie. En ook van de Sioux zijn er nu evenveel als tijdens de hoogtijdagen van hun samenleving in de periode 1830-1870. Het verschil met toen is dat zij weinig meer te zeggen hebben. De politieke macht ligt niet bij de Indianen, maar is in handen van de afstammelingen van de migranten uit Europa.

Bron: Nationaal Archief




De marrons


Marrons zijn de nakomelingen van de vroegere weggelopen slaven.
Ze zijn voornamelijk afkomstig geweest uit Ghana, Togo, Benin, Dahomey en Loanda. Eén van hun grote leider is geweest Benti Basiton (Boston Bendt). Naar hem is de huidige Marron studenten organisatie in Suriname genoemd. Hij is degene geweest die de manumissiebrief heeft gebracht van Jamaica naar Suriname.

Zuid-Oost Suriname
De Cotticanegers wonen in het Marowijnegebied. Zij behoorden tot de Lapélo. De Paramaccaners wonen aan de Beneden Marowijnerivier. De Aukaners wonen langs de Tapahonirivier en de Alukus langs de Lawa. De Bonis wonen tegenwoordig aan de Franse kant.

Midden-Suriname
De Saramaccaners wonen langs de Surinamerivier in het distrikt Brokopondo. De Matawais en de Kwinties wonen in het distrikt Saramacca. Er zijn sommige Marrongroepen die woonachtig zijn te Santigron. Zij behoren tot de groep der Saramaccaners.

De Stammen

Aukaners
Leden van de Aukaners of Ndyuka zijn slaven geweest van de plantages aan de Cottica, de Commewijne en een deel van de Surinamerivier, die de wijk naar het oosten namen en zich vestigden in groepen verspreid, later in grote vestigingen, tussen de Brokopondo (Ganzé) en de Marowijne (Maawina). Hun gaanman, Matodja Gazon, woont in het dorp Drietabbetje of Diïtabiki aan de Tapanahonirivier. De Ndyukastam is verdeeld in dertien lo's. Een lo is verdeeld in bere's en de bere's op hun beurt weer in oso's.

In het jaar 1760 werd met de bosnegers vrede gesloten onder Gaanta Fabi Labi Dikan, geassisteerd door Gaanta Adjako Benti Basiton (Boston Bendt), van de Kunpai-lo (Compani-lo). Da Kofi van de Bei-lo en anderen in de Sitonkiïki of Mama Ndyuka, zoals de Aukaners de Ndyukakreek noemen.

De Saramaccaners
Deze wonen aan de midden- en de bovenloop van de Surinamerivier. Naar de naam te oordelen zou men de indruk kunnen krijgen dat deze Marrons oorspronkelijk aan de bovenloop van de Saramaccarivier gevestigd waren en later in oostwestelijke richting getrokken zijn. Dit is niet juist. De rivier, die wij de Surinamerivier noemen wordt door deze Marrons Gran Saamaka genoemd, terwijl de rivier die wij de Saramaccarivier noemen bij hen bekend staat als Pikin Saamaka. Het hoofd (gaanman) van de Saramaccaners woont te Asidonopo aan de Pikin Rio.

Enkele van de Saamaka lo's zijn: Nasi, Matjau, Abaisa, Awana en Dombi. Op 19 september 1762 sloten zij een verdrag met de koloniale overheid. De onderhandelingen werden voornamelijk geleid door Abini van de Matjau-lo, die na het sluiten van het vredesverdrag door de overheid werd erkend als het eerste grootopperhoofd van de Saamaka.

De Paramaccaners
De Paramaccaners wonen aan de Marowijne en wel tussen de Arminavallen en de Pedrosoengoevallen. Het opperhoofd van deze Marrons woont te Langatabiki. In de archieven kon geen verdrag gevonden worden gesloten tussen de Paramaccaners en de koloniale overheid. Enkele Paramaccaanse lo's zijn: Antoosi, Asaiti en Molo.

De Matawais
Deze wonen langs de bovenloop van de Saramaccarivier. Het opperhoofd woont te Posoegroenoe, boven de Mamadam. Het verdrag dat op 19 september 1762 met de Saamaka werd gesloten, gold ook voor de Matawai en hun opperhoofd Musinga behoorde tot de ondertekenaars.

De Alukus
Deze minder bekende Marrons wonen langs de Boven-Lawa. Het hoofd van deze stam woont in het dorp Cottica. Bekende Aluku-los zijn de Kawani en de Yakobi lo. In 1809 vond er onderhandelingen plaats tussen gaanman Bambi van de Aukaners met de koloniale overheid. Gezien de controle die de Aukaners uitoefenden over de Alukus was hun onderhandelingspositie sterk. Het gouvernement moest onder meer accepteren dat zij weigerden om Alukus uit te leveren.

De Kwintis
Deze minder bekende stam die zich afgescheiden heeft van de Matawais woont langs de midden- en de bovenloop van de Coppenamerivier. De groot kapitein - zij hebben geen granman - zetelt te Kaimanston.

De Bonis
De Bonis woonden vroeger langs de Lawarivier. Thans wonen zij aan de Franse oever.




Blanken en Kleurlingen

Blanken en kleurlingen (nakomelingen van de Nederlanders en andere Europeanen, Libanezen, Syriërs en Anglo-Amerikanen). Hun invloed op de samenleving is groter dan hun aantal (ca. 1 %). Zij wonen vooral in de districten Paramaribo en Wanica.

Godsdienst: voornamelijk christen, sommigen moslim. De blanken die recentelijk in Suriname zijn komen wonen, of geen gemengd bloed hebben, staan bekend als bakra's. De afstammelingen van de blanke kolonisten die in het midden van de 19e eeuw uit Groningen en Gelderland kwamen, staan bekend als boeroe's.

Nakomelingen van Portugese Joden. In hun geschiedenis speelt de Jodensavanne een grote rol. Godsdienst: Overwegend aanhangers van de joodse godsdienst (Joodse Synagoge in Paramaribo). Een nieuwe en groeiende groep inwoners van Suriname zijn de Brazilianen. Aanvankelijk naar Suriname gekomen om goud te zoeken, maar steeds meer nemen ze actief deel in andere branches.

Bron: Nationaal Archief 

 

REIZEN & WONEN





De basisgezondheidszorg is goed, maar wordt steeds duurder, zodat deze voor een bepaalde groep niet meer te betalen is. Het duurder worden van de zorg komt vooral door de slechte sociaal economische omstandigheden in het land. Een gebrek aan visie en pover management binnen de sector verergert dit probleem. De verzekeringsmaatschappijen bieden tegenwoordig goede particuliere ziektekostenverzekeringen aan. De premies zijn echter, net als de basisgezondheidszorg, niet voor een ieder bereikbaar. Veel mensen worden via hun werk verzekerd, maar ook bedrijven zien zich tegenwoordig vaak genoodzaakt particuliere verzekeringen voor hun werknemers afsluiten. Mensen die bij de overheid werken zijn automatisch verzekerd via het Staatsziekenfonds (SZF). Voor internationale medische verzekeringen hebben alleen de private verzekeringsmaatschappijen speciale verzekeringen.

Hoofdverantwoordelijke voor de gezondheidszorg in Suriname is het ministerie van Volksgezondheid. In Suriname zijn er veel NGO's actief die gezondheidszorg aanbieden. Deze NGO's worden door de overheid gesubsidieerd. De totale kosten voor de gezondheidszorg zijn ongeveer tien procent van het bruto nationaal product en de overheid subsidieert zestig procent hiervan.De artsendichtheid is goed. Op 4225 mensen is een specialist, 1325 mensen een verpleegster en op 1256 mensen een arts. Ook de tandartsendichtheid is respectabel: op 1399 mensen is er een tandarts. Er zijn zes ziekenhuizen, 68 poliklinieken en 16 gezondheidscentra. De Surinaamse samenleving heeft makkelijk toegang tot de primaire gezondheidszorg. Volgens het ministerie van Gezondheidszorg bevindt 89 procent van de huishoudens zich op een afstand van maximaal vijf kilometer van een gezondheidspost of polikliniek.

De primaire gezondheidszorg in Suriname wordt verzorgd door de regionale Gezondheidsdienst (RGD), een organisatie die wordt gesubsidieerd door de overheid. Deze organisatie telt ongeveer 50 gezondheidscentra en poliklinieken. Daarnaast is er de Medical Mission, een organisatie die eveneens gesubsidieerd wordt door de overheid en ongeveer 45 poliklinieken en gezondheidsposten telt. Tevens zijn er privépraktijken van huisartsen, tandartsen en fysiotherapeuten en circa tien poliklinieken van grote organisaties. Er is een EHBO dienst, er zijn klinieken voor de Jeugdtandverzorging, een dermatologische dienst en een bureau voor medische psychologie.

De secundaire gezondheidszorg wordt verzorgd door vier algemene hospitalen en een mentale inrichting in Paramaribo alsmede een regionaal ziekenhuis te Nickerie. De hospitalen hebben in totaal 1335 bedden.

Bron: De Surinaamse Bedrijvendagen

 




Suriname heeft een goed onderwijssysteem, getuige de hoge alfabetiseringsgraad van 93 procent. Het onderwijs is in het Nederlands en wordt op vier niveaus gegeven:

Peuter en kleuter onderwijs
De lager school
Het voortgezet onderwijs (Theoretisch en beroepsonderwijs)
Het hoger onderwijs (Universitair en beroepsonderwijs)
Het kleuteronderwijs (4-6 jaar) gebeurt in creches, kinderspelscholen en de kleuterschool. Hierna komt de lager school (6-12). Na de lagere school volgt een toets voor het voortgezet onderwijs. Het voortgezet onderwijs bestaat uit lager (junioren) en hoger (senioren) onderwijs.

Het lager voortgezet onderwijs duurt vier jaar. Kinderen zijn dan ook leerplichtig tot hun zestiende levensjaar. Het algemene voortgezet onderwijs is de MULO. Daarnaast is er de LBGO voor kinderen die niet voldoen aan de toelatingseisen voor de MULO, de LTO voor technisch onderwijs en de EBO die onderwijs biedt aan studenten die ouder zijn dan vijftien jaar als ze de langere school hebben voltooid en geen andere onderwijsmogelijkheden hebben. Daarnaast zijn er nog enkele gespecialiseerde schoolsoorten.

Vanuit het lager voortgezet onderwijs kunnen leerlingen na toetsing doorstromen naar het hoger voortgezet onderwijs: het VWO (drie jaar, bereidt voor op de universiteit), de HAVO (twee jaar, bereidt voor op het HBO), het IMEAO (handelsschool) en het Natin (technisch onderwijs). Er zijn ook privescholen zoals het Vrije Atheneum dat lager en hoger voortgezet onderwijs aanbiedt in het Nederlands en de American School alsmede de Christian Liberty School die lager voortgezet onderwijs aanbieden in het Engels. Te Nickerie en Lelydorp zijn er scholengemeenschappen met havo en vwo.

Momenteel zijn er projecten gaande om via het internet ook in afgelegen gebieden aan iets meer dan elementair onderwijs te doen. In Paramaribo zijn er diverse tehuizen voor fysiek/ mentaal gehandicapten. Voor degenen die zich in hun eigen tijd willen bijscholen zijn er in Paramaribo de AMTO (avond middelbaar technisch onderwijs), een avond havo en worden er diverse cursussen gegeven, met name op IT-gebied.

Na het hoger voortgezet onderwijs kan worden doorgestroomd naar het universitair en hoger beroepsonderwijs. Universitair onderwijs wordt gegeven op de Anton de Kom (Adek) universiteit. De Adek (sinds 1968) heeft drie faculteiten: de medische faculteit, de technische faculteit en de faculteit der maatschappijwetenschappen. Er is ook een polytechnisch college; op hbo niveau met opleidingen voor infrastructuur, werktuigbouw en elektrotechniek.

Instituut Opleiding Leraren (IOL).
Het IOL leidt op het eerste en tweede graads leraren. Inmiddels zijn er in Paramaribo twintig en in Nickerie zeven verschillende opleidingen. Het aantal studenten is bijna 1600. Er is een samenwerkingsverband met o.a. de EFA (Educatieve Faculteit van Amsterdam), de UvA (Universiteit van Amsterdam) en de Ichtus Hogeschool te Rotterdam.

De toetreding van Suriname tot de Caricom betekent voor IOL dat het gaat werken aan accreditatie binnen de regio voor erkenning van diploma's waardoor mensen met een IOL opleiding binnen de Caricom naar een baan kunnen solliciteren. Het is een internationale trend dat universiteiten en hogescholen steeds meer met elkaar gaan samenwerken. Ook het IOL is nu bezig gesprekken te voeren met de Anton de Kom Universiteit over een samengaan. In ieder geval zal er nauw samengewerkt worden met het Instituut voor Kwaliteitsmanagement van de Universiteit mede i.v.m. de accreditatie.

Bron: De Surinaamse Bedrijvendagen





Genieten van al het moois dat bos en kust te bieden hebben en toch de kwetsbare natuur niet verstoren, kan op verschillende plekken. Het is aan te raden met een georganiseerde tour te gaan, omdat dit meestal de enige veilige manier is om op de mooie plekken te geraken. De grote hotels, zoals hotel Torarica, verzorgen tours naar het binnenland. Tijden deze tours is het mogelijk dorpen in het binnenland te bezoeken, met een korjaar de rivier over te gaan, door de bewoners van het binnenland onderwezen te worden over de prachtige flora en fauna en de medicinale werking van Surinaamse planten en Indiaanse pottenbakkerijen te bezoeken. Avontuurlijke zielen kunnen trekken door de jungle, slapen in hangmatten, stroomversnellingen doorkruisen en bergen beklimmen zodat u op het dak van de Amazone kunt staan.

Awarradam.
Deze fietstour voert de fietser langs de polders van het Commewijne district. De tocht gaat door enkele oude plantages met hun fascinerende omgeving waar de 18e een 19e eeuwse sfeer nog leeft. Met het fort Nieuw-Amsterdam als bescherming was Commewijne één van de produktiefste landbouwgebieden in Suriname. Tijdens de fietstocht zijn vele overblijfselen van plantagewoningen te zien; sommige zijn nog bewoond. De kanalen en het schilderachtige sluizenstelsel zijn de stille getuigen van de dynamische geschiedenis van dit district.

De Arminavallen.
Vanuit Meerzorg, aan de oostelijke oever van de Suriname rivier (distrikt Commewijne), loopt de Oost-westverbinding, die via Tamanredjo en Moengo leidt naar het oostelijke grensstadje Albina, gesticht door de Duitser Augus Keppler en vernoemd naar zijn verloofde. Vanuit Albina gaat de reis per boot verder. De rit voert langs vele nederzettingen van Marrons en Indianen. Plots is daar de krachtmeting tussen rotsen, snelstromend water en de korjaal. Dit zijn de Arminavallen! Deze adembenemende vallen liggen op ongeveer vijftig kilometer ten zuiden van Albina. Het zijn de makkelijkst te bereiken stroomversnellingen in Suriname.

Galibi.
Het Galibi natuurreservaat ligt in de Noordoostelijke hoek van Suriname aan de monding van de Marowijnerivier, aan de grens met Frans Guyana. Galibi is de verzamelnaam voor de twee Indiaanse dorpen Christiaankondre en Langamankondre, die beide liggen langs de trechtervormige monding van de Marowijne rivier. Het gebied is vierduizend hecare groot, dertien kilometer lang en één kilometer breed.

Het reservaat is de meest bekende broedplaats voor de Warana zeeschildpad in het westelijk Atlantisch gebied. Galibi en de omliggende Indiaanse dorpen zijn alleen per boot te bereiken, ongeveer 3 uren stroomafwaarts vanuit het plaatsje Albina. De legperiode van de zeeschildpadden is tussen februari en juli.

Om de dieren te beschermen is toegang tot dit gebied streng beperkt tijdens het schildpadseizoen. Onderzoekers volgen het nestelpatroon van de schildpaden al dertig jaar. Er is een alarmerende daling in het aantal van enkele schildpadensoorten.

Jodensavanna.
Jodensavanne is een vroegere nederzetting van Joden, ongeveer vijftig kilometer zuidelijk van Paramaribo aan de rechteroever van de Surinamerivier. De eerste joden kwamen hier aan in de 17e eeuw. Jodensavanna werd spoedig een welvarende gemeenschap, dankzij de export van hout en suiker. Met het groter en belangrijker worden van Paramaribo, trokken vele inwoners van Jodensavanna naar Paramaribo. De achteruitgang van Jodensavanna begon in de 18e eeuw met de komst van de suikerbiet. In 1832 werd Jodensavanna verlaten nadat een hevige brand een groot deel van de nederzetting verwoestte. Twee begraafplaatsen, twee waterputten en de overblijfselen van de in 1685 gebouwde synagoge zijn de nog zichtbare resten van een rijk verleden.
Jodensavanna is bereikbaar per bus of per boot. De boottocht voert over de Surinamerivier langs plaatsen van historische waarde en oude plantages. Langs de oevers van de Suriname- en de commewijnerivier lagen vroeger talloze suiker-, koffie- en cacaoplantages. Veel woningen van de voormalige plantageeigenaren staan er nog. Dit gebied was in de 18e en de 19e eeuw zeer welvarend. De achteruitgang begon met de afschaffing van de slavernij in 1863.

Brownsberg.
Brownsberg natuurpark, eigendom van de Stichting Natuurbescherming Suriname (STINASU), ligt westelijk van het Brokopondomeer. Vanwege de verschillende ecosystemen (bos, watervallen) en bereikbaarheid dient dit natuurpark als een centrum voor natuureducatie en publieke bewustwording, alsmede voor eco-toerisme. Op Brownsberg zijn meer dan 1450 plantensoorten gevonden, waarvan 183 zeldzaam. De vissen zijn inheems. Veel zoölogen hebben in het reservaat gewerkt aan bijvoorbeeld apenonderzoek. Naast de verscheidene apensoorten zijn ook vele herten en vogels te zien. Het park ligt op 2,5 uur rijden van Paramaribo. Het hoofdkwartier van het park, bungalows en huisjes liggen omringd door ongerept regenwoud op het koele Mazaroniplateau op 1500 voet hoogte, met uitzicht op het Brokopondo meer. Paden leiden naar kreken, watervallen en uitkijkposten met uitzicht over het binnenland.

Palumeu.
Palumeu is vernoemd naar een Indiaans dorp dat langs de Boven-Tapanahonyrivier ligt, midden in het Amazoneregenwoud. De toch naar de Potihill, die een uniek uitzicht biedt op de rivier en de bergtoppen van zuidelijk Suriname, zal ongetwijfeld een blijvende herinnering zijn. In dit ongerept tropisch regenwoud, wordt de dag aangekondigd door brulapen en vogels. Er zijn machtige stroomversnellingen. De levenswijze van de bovenlandse Indiaanse stammen, de Trio en Wajana, is fascinerend.

Coppename natuurreservaat.
Dit reservaat ligt langs de Atlantische kust aan de monding van de Coppenamerivier. Sinds 1961 is het een natuurreservaat. Het staat op de lijst van internationaal belangrijke wetlands, moerasgronden, die een belangrijke habitat zijn voor verschillende zeldzame watervogels. De monding van de Coppenamerivier is trechtervormig en wordt gevoed door de getijden. De modderbanken veranderen voortdurend van vorm. Geregeld worden er begroeide moddervlotten gevormd van modder die de Amazonerivier uitspuugt. De begroeïng bestaat uit zwarte, witte en rode mangrovebossen en verschillende grassoorten.

Het Coppenamenatuurreservaat is belangrijk vanwege de velde bedreigde diersoorten die er voorkomen. Het gebied wordt ook bezocht door duizenden Noordamerikaanse water- en trekvogels. De rode ibis is een belangrijke bewoner van dit gebied. Vissen is verboden in het reservaat. Sinds kort heeft de exploitatie van ruwe olie door de Staatsoliemaatschappij de druk op dit gebied vergroot. Het reservaat wordt vooral bedreigd door het gebruik van landbouwchemicaliën, zoals pesticiden van de uitdijende rijstcultuur in het kustgebied en de exploitatie van ruwe olie.

 




Het weer is goed, je portemonnae is goed gevuld, dus je avond kan niet meer stuk. Nu moet je nog weten waar je naar toe moet. Keus genoeg. Paramaribo heeft aan nachtleven veel te bieden, van grandcaféstot disco, duur en minder duur.

Als je denkt aan een gemoedelijk café met een terrasje, dan is 'Grandcafe De Punt' een goede keus. De service is goed, het eten ook en de cocktails zijn perfect. Het publiek is erg gemengd, meteen merkbaar tijdens hun drukke Happy Hour op de vrijdagmiddag en hun programma vol entertainment op de zaterdagavond. Hun prijzen zijn redelijk en de ligging is centraal. Zoek je iets meer trendy en denk je aan loungen, dining and dancing, dan kan je terecht bij de club "Budha Budha", waar men de jonge incrowd van Paramaribo's nightlife tegenkomt. De muziek is goed en de mensen zijn er mooi.

Wil je een rustige avond, dan biedt een tentje als "De Optimist" uitkomst. De locatie is wat afgelegen, maar ze hebben een terras, goede service en de prijzen zijn scherp. Voor het grote eetwerk kan je op veel plekken terecht, maar "Thai Cuisine " is een echte aanrader. De aankleding is niet specifiek Thais, maar zodra je de menukaart opent, ben je in Bangkok. Het is er goed eten in een rustgevende sfeer. "Sarina" is een Indonesisch restaurant in de beste betekenis van het woord. Zowel het eten, de aankleding als de bediening zijn helemaal in Indonesische sfeer. Niet te prijzig, goed te doen.

Wil je op chique, dan moet je nog altijd bij "The Plantation Room" van het hotel-casino Torarica zijn. Duur, maar de uitstekende service en de ambiance brengt het weer allemaal in balans. This is life in the tropics. Voor de boogie nights ga je naar één van de voornaamste disco's in Suriname, namelijk "Touche".

Veel gevarieerde muziek, veel mensen en genoeg entertainment. Het leeuwendeel van Paramaribo's nightlife sluit de ochtend hier af. Ga op tijd, anders kom je er niet meer in. Dancepub "Millennium" is een iets kleinere gelegenheid waar het publiek zich uit kan leven op de tonen van goede R&B, Latin en 80's muziek. Vroeger had Paramaribo tal van bioscopen, maar die zijn allen gesloten. De meest vooraanstaande bios van destijds-Star- is nu een kerk, dus je zal het zonder het grote scherm moeten doen. Video's huren kan altijd.

Bovengenoemde is natuurlijk maar een greep uit alle goede horecabedrijven in Paramaribo, het is ondoenlijk ze hier allemaal te noemen. Vergeet niet dat naast de vaktechnische beoordeling ook de gevoelsmatige beoordeling een rol speelt. Uiteindelijk bepaalt iedereen de kwaliteit zelf.

Bron: De Surinaamse Bedrijvendagen

 




De wandeling begint op het Onafhankelijkheidsplein in het oude centrum, vlakbij de Surinamerivier. Prominent staat in het midden het Presidentieel paleis. Dit witte gebouw stamt uit de eerste helft van de achttiende eeuw, maar veel delen zijn er later aangebouwd. Het gebouw en de aangrenzende tuin zijn voor gewone stervelingen alleen toegankelijk op Onafhankelijkheidsdag, 25 november.

De meeste gebouwen in Paramaribo zijn van hout. Aan het Onafhankelijkheidsplein zijn enkele bakstenen gebouwen te zien, zoals het ministerie van Financien (1836), een rood gebouw met witte toren. De bakstenen diendenn als dood gewicht in de schepen die uit Europa kwamen in de koloniale tijd. de meeste houten gebouwen hebben een fundament dat van deze zelfde bakstenen is gemaakt. Voor het ministerie van Financien staat een standbeeld van beroemdste policitus van Suriname: Johan Adolf Pengel, eerste minister in de jaren zestig.

De wandeling gaat nu langs de Grote Combeweg. Tussen deze straat en de Surinamerivier ligt de Palmentuin. In de negentiende eeuw was deze tuin deel van het Presidentieel paleis. Sinds de vorige eeuw is hij open voor het grote publiek. Vanuit de Palmentuin kunt u een blik werpen op de prive-tuin van de president.

Verder nu, naar de Kleine Combeweg. Tussen deze weg en de rivier liggen talrijke monumentale gebouwen. Het beroemdste is fort Zeelandia. Dit fort is meer dan 350 jaar oud. Het is gebouwd door Franse kolonisten, verbeterd door Engelse kolonisten en later gebruikt door Nederlandse kolonisten. In de twintigste eeuw wast het in gebruik als museum. Tiijdens de militaire dicatatuur in de jaren tachtig, gebruikten de militaire heersers het fort als basis. De gruwelijke decembermoorden van 1982 vonden hier plaats. Sinds de terugtrekking van het leger uit het fort in 1991 is het weer een museum. Vanaf fort Zeelandia is het aangenaam wandelen langs de Waterkant. De gebouwen hier zijn gebouwd na de grote stadsbranden van 1821 en 1832. Het waren van oorsprong huizen van kooplieden.Het witte bakstenen gebouw is het Waaggebouw. Rechts ervan liggen de resten van het oude politiebureau, dat vernietigd werd in 1980 toen het leger de macht overnam.

De veerboten naar Meerzorg over de Surinamerivier vertrekken vanaf de Waterkant. Tegenwoordig is Suriname een brug rijker en hoeft dus niet meer met de veerboot de oversteek te maken. Vergeet vooral niet een hapje te eten aan de Waterkant; dankzij de etnische diversiteit, biedt Suriname een scala aan gerechten, varierend van Indonesisch, Creools en Chinees tot Indiaas, Europees en Amerikaans. Aan te bevelen zijn de Indonesische (of Javaanse) schotels, vooral rijsttafel, nasi en bami goreng. Typische Creoolse schotels zijn pom, pastei en pindasoep. Indiase gerechten zoals roti en chinese schotels zoals chowmein, moksi meti en chopsuey zijn fantastische gerechten.

Lekkere lokale drankjes zijn dawet (een javaanse kokosdrank), Creoolse gemberbier en Parbo bier, het lokaal gebrouwen bier. Op de centrale markt, gelegen in het grote witte gebouw aan de Waterkant, is er ook veel voedsel te koop.

Vanuit de markt lopen we de Steenbakkerijstraat in. In de straat ernaast, de Dr. Sophie Redmondstraat, staat het hoogste gebouw van Suriname: de acht verdiepingen tellende Hakrinbank. De Steenbakkerijstraat is een van de belangrijkste winkelstraten in Paramaribo. Ook de Domineestraat is een grote winkelstraat. Daar ligt het warenhuis Kersten, met aan de overkant het beroemde hotel Krasnapolsky. Wie vanaf deze hoek rechtsaf slaat, loopt op Spanhoek af. Daar ligt het warenhuis Fernandes en rechts daarvan het kantoor Telesur. Hier zijn faxen te versturen of telefoontjes naar het buitenland te plegen.

Relaxen buiten de stad
Oerwoud, stroomversnellinge, watervallen. De grootste rijkdom van Suriname is de geweldige natuur. Om van te genieten, om in te ontspannen, om te onderzoeken en om van te houden. Tachtig procent van de oppervlakte van Suriname is bedekt met tropisch regenwoud waar vijfduizend soorten planten groeien. Langs de kust bevinden zich de mangrovebossen die zo typerend zijn voor Suriname.

De dierenwereld herbergt vele verrassingen. Ongeveer 140 verschillende soorten zoogdieren lopen, vliegen en klimmen er rond, waaronder brulapen, kapucijnerapen en nog eens zes andere apensoorten. Jaguars, poema's en nog eens twaalf andere soorten roofdieren hebben er hun jachtterrein. De vleermuizen zijn met 65 soorten goed vertegenwoordigd, met als meest tot de verbeelding sprekende soortgenoot de bloedzuigende vampier. Verder zijn er drie soorten miereneters, twee soorten luiaards en vijf soorten gordeldieren, waaronder het reuzengordeldier. Tevens zijn er de Zuid-Amerikaanse tapir en drie soorten herten. Voor de kust en in de riviermonden komt een zeekoeiensoort voor.

De rijke vogelwereld omvat meer dan 600 soorten. Typisch zijn de rode ibis, de zwarte gier, toekans en papegaaien. Speciale bekendheid genieten de wormsalamanders, Surinaamse padden, pijlgifkikkers, kaaimannen, kamhagedissen, boa constrictors, anaconda's, bosmeesters en ratelslangen en de zee-, water- en landschildpadden. Ook de vissenwereld is rijk, met zijn piranha's, sidderalen, pijlstaartroggen, vieroogvissen en cichliden. Daartussen krioelen en kruipen reuzen duizendpoten, vogelspinnen tot meer dan 13 centimeter lang wordende landslakken en vliegen beroemde vlinders als de Morpho. De kust en het modderige continentale plat huisvesten een Caraibische fauna, met commercieel belangrijke vissen, garnalen en kreeftachtigen. De dieren zijn niet alleen om naar te kijken, maar ook om op te eten. Talloze dieren worden bejaagd en gegeten, vooral apen, knaag- en hoefdieren en de (beschermde!) zeeschildpadeieren zijn in trek.

Natuurbescherming.
Zoveel natuur is kwetsbaar en behoeft bescherming. De jacht is gereguleerd, maar in de praktijk zijn de regels moeilijk te controleren. Stroperij is aan de orde van de dag en in delen van het binnenland is een aantal bepalingen neit van toepassing. Zeeschildpadden en hun eieren worden beschermd door een gemengd systeem van reservaten, quota en verboden. De natuurbescherming behoort tot de beste van Zuid-Amerika. In reservaten verspreid door het land worden fauna en flora en vrijwel alle ecosystemen redelijk tot goed beschermd. Hier is op bescheidenn schaal natuurtoerisme ontstaan.

STINASU (Stichting Natuurbescherming Suriname, in 1969 opgericht door Johan Schulz, voormalig hoofd van het Ministerie voor Bosbouw) is de belangrijkste natuurbeschermingsorganisatie in Suriname. Zij ondersteunt wetenschappelijk onderzoek, natuureducatie en ecotoerisme. STINASU financiert de activiteiten uit ecotoerisme in de natuurreservaten van Suriname. Als een van de eerste landen in Zuid-Amerika stelde Suriname een systeem in van natuurreservaten. Er zijn elf reservaten en een natuurpark. De reservaten zijn: Hertenrist, Coppename monding, Wia-Wia, Galibi, Brinckheuvel, Centraal Suriname, Sipaliwini, Boven Coesewijne, Copi, Wane Kreekk en Peruvia. Brownsberg is het natuurpark. 




De telecommunicatiesector zit midden in de transitie van een staatsmonopolie naar een geliberaliseerde sector. Sinds 1998 worden telecomdiensten aangeboden door twee bedrijven, het staatsbedrijf Telesur en het private ICMS. Telesur biedt een compleet pakket van diensten, terwijl ICMS zich concentreert op mobiele telefonie en in internationale communicatie. In 1997 was er een telefoonaansluiting op iedere 16 mensen in Suriname.

Electriciteit.
Het electriciteitsbedrijf in Suriname (EBS) verzorgt de stroomtoevoer voor Paramaribo en grote delen van het kustgebied. In het binnenland verzorgt het ministerie van Natuurlijke hulpbronnen en energie de energievoorziening. De frequentie is in vrijwel alle systemen 60 Hz en het voltage 110. De electriciteitsdraden in Suriname lopen alle bovengronds.

Water.
Surinaams water behoort tot het puurste water ter wereld. Water uit de kraan kan zo gedronken worden. In Paramaribo beschikt 94 procent en in Wanica 75 procent van de bevolking over stromend water. Op het platteland en in het binnenland beschikt tien procent van de bevolking niet over drinkwater in de buurt.

Verkeer.
De kustvlakte van Suriname beschikt over een redelijk goed ontwikkeld wegennetwerk met een lengte van 4770 kilometer, waarvan ruim duizend kilometer verhard. De rest bestaat uit zandwegen. De belangrijkste weg is de noordelijke Oost-West-verbinding, die de belangrijkste gebieden met elkaar verbindt. De weg strekt zich over 375 kilometer uit en loopt vanaf Albina in het oosten tot Nieuw Nickerie in het westen.

Weggebruikers moeten er wel rekening mee houden dat transport het een en ander van hun voertuig kan eisen. Met de voltooiing van een brug over de Coppenamerivier in juli 1999 en de brug over de Surinamerivier halverwege 2000, is de Oost-West-verbinding een ononderbroken verbinding over de gehele breedte van Suriname. Beide bruggen hebbn in totaal meer dan 190 miljoen Nederlandse guldens gekost.

Bron: De Surinaamse Bedrijvendagen
 




Praktische voorbereidingen op de reis

Paspoort en Visum
Iedereen heeft een geldig paspoort nodig, dat nog ten minse 6 maanden geldig is. In tegenstelling tot mensen uit de Nederlandse Antillen hebben Nederlanders een visum nodig. Zij kunnen voor hun visum terecht bij het Surinaamse Consulaat te Amsterdam.

Travellerscheques.
Creditcards zijn nog lang niet overal in Suriname gebruikelijk. Het is beter travellerscheques te kopen die bij alle grote banken zijn in te wisselen.

Gezondheid en voorbereidingen.
De gezondheidszorg van Suriname was ooit een van de beste in Zuid-Amerika. Helaas is dat niet meer zo. Toch kunnen Surinaamse doktoren concurreren met de besten in de wereld. Ze zijn zeer goed opgeleid. Een van de problemen ligt in het feit dat soms niet alle soorten medicijnen voorradig zijn, of dat de medische apparatuur verouderd of defect is. Gebruikt u medicijnen, zorg dat u voldoende voorraad mee neemt uit Nederland. Ook een goed gevulde eerstehulpdoos is nooit weg.

Malaria.
In Suriname hoeft u niet bang te zijn dat in ieder hoekje slopende tropische ziektes op de loer liggen, maar in het binnenland vormt malaria een serieuze bron van zorg. Muskieten in Paramaribo en het verdere kustgebied brengen geen malaria over, maar hun soortgenoten landinwaarts kunnen mensen besmetten met malaria van het type Tropica of Vivax. Nederlandse en Belgische instanties raden een Lariam-kuur aan die een week voor vertrek start. Wees alert op de mogelijke ongewenste bijwerkingen van dit zware middel.

In Paramaribo kunt u advies krijgen van de antimalaria dienst van het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG). Het BOG weet precies welke malariastam actief is en verstrekt tegen een kleine vergoeding een profylaxe van Paludrine in Combinatie met Nivaquine. Deze dienst wordt ondersteund door de World Health Organisation (WHO) en de Pan American Health Organisation (PAHO). Als u een georganiseerde trip maakt naar het binnenland zorgt de Surinaamse reisorganisatie vaak voor malariatabletten. Informeer hiernaar bij de boeking. Begin tijdig met de malariakuur. Malariatabletten bieden nooit honderd procent bescherming!

Vaccinaties.
Het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam beveelt inentingen aan tegen gele koort, DTP en Hepatitis A. In de omliggende landen is een gele koorts vaccinatie verplicht.

Water.
Het leidingwater kunt u gerust drinken, maar als u ergens komt waar geen leidingwater is, kook het dan eerst of gebruik waterzuiveringstabletten. Veel huizen op het platteland hebben vaak tonnen waarin het regenwater wordt opgevangen. Dit regenwater wordt als drinkwater gebruikt. Het is echter niet aan te raden dat u dit ook drinkt. Drink liever, als u op bezoek bent, soda water of fris (Softdrink).

Voorbehoedsmiddelen.
Over sex kunnen we kort zijn: gebruik altijd een condoom. Denk er aan, geslachtsziekten zoals AIDS komen overal voor en zijn niet aan landsgrenzen gebonden.

Reisverzekering.
Een goede reisverzekering, waarbij u in geval van ziekte of ongeval, direct vervoerd kunt worden naar een ziekenhuis van uw keuze, eventueel buiten Suriname, is geen luxe. Berg kopieen van deze papieren op een andere plek op in geval de originelen verloren raken.

Andere voorzorgsmaatregelen.
Gebruik zoveel mogelijk zonnebrandolie als u in de zon moet zijn. Ook als u een lange tocht moet maken in een korjaal of auto. U verbrandt sneller dan u denkt. Bedek zo veel mogelijk uw hoofd met een pet of hoed. 's Avonds tussen 18.00 uur en 20.00 uur is het voedertijd voor de muskieten. Alleen de vrouwtjesmuskiet steekt en zuigt bloed. Maar omdat het nogal lastig is te onderzoeken welke muskiet rond vliegt, is het verstandig uw armen en benen zo veel mogelijk te bedekken met kleding. Slaap liever onder een klamboe. Een muskietenbeet kan behoorlijk jeuken. Het krabben kan kleine wondjes veroorzaken die weer kunnen infecteren. Voorkomen is beter dan genezen. Ongewassen voedsel kan u een aardige buikloop bezorgen. U gaat naar een warm, tropisch klimaat met veel zon, dus neem lichte kleding mee. Het liefst in lichte kleuren die de zonnestralen weerkaatsen.

Oordopjes.
Dat lijkt gek, maar in Suriname gaat met anders om met geluidsoverlast. Leef en laten leven. Een feestje is niet gezellig zonder luide muziek en kan vaak tot in de kleine uurtjes door gaan. Als u niet kunt slapen, gebruik dan liever oordopjes. Iedereen zou u het hoogst kwalijk nemen, als u als spelbreker zou optreden.

Bron: De Surinaamse Bedrijvendagen

 




Aankomst in Suriname

Vergeet niet binnen een week na aankomst de terugvlucht te herbevestigen. Voor transcontinentale vluchten geldt een check-in tijd van 4 uur in verband met de intensieve (drugs) exportcontrole. Bij regionale vluchten is dit drie uur. Business-class reizigers mogen in alle gevallen inchecken tot een uur voor vertrek. Controleer van tevoren bij de SLM (Tel. 473939), de KLM (Tel. 411811) of de Luchthaven (Tel. 0325375) of het toestel geen vertraging heeft.

Wat kunt u nog meer verwachten?
Als u aan Surinaamse kennissen vraagt hoe veilig het land is, zal men een klaagzang aanheffen over normverval en over hoe mooi het vroeger was. Dat klopt. De samenleving is aanzienlijk harder dan het vriendelijke Suriname van vóór 1980. Toeristen die een beetje op hun hoede zijn hebben er weinig last van. In vergelijking met andere landen in de regio is Suriname een veilig oord. Degenen die met wapens rondlopen zijn nog altijd politieagenten, herkenbaar aan hun grijze uniform met zwart pet. Hun collega's van de marechaussee dragen een zwart shirt.

Paramaribo is net zo (on)veilig als elke andere grote stad. Dus loop niet opzichtig rond met videocamera's of gouden sieraden en vermijd 's avonds donkere verlaten straten. Op voor de hand liggende, drukke plekken als de Centrale Markt in Paramaribo en bij drukke bushaltes opereren wel eens zakkenrollers, maar tasjesrovers zijn zeldzaam. Het aantal inbraken, ook uit auto's, groeit de laatste jaren. Laat dus geen dure spullen zichtbaar in een geparkeerde auto liggen.

In pensions of hotels die goed bekend staan, zult u weinig last hebben van diefstal maar voor de zekerheid kunt u waardevolle spullen als geld, video en audioapparaten het beste in een afgesloten koffer bewaren. Draag op straat liever geen duur uitziende sieraden of horloges en beveilig uw fiets in de stad met een extra ketting en hangslot, ook als u gebruik maakt van een fietsenstalling. Tot nu toe volstaat een enkel onder-het-zadelslotje, maar remigranten passen Nederlandse praktijken toe en een fiets is een kostbaar bezit.

Vrouwen en veiligheid.
Ondanks de versiercultuur kunt u overdag als vrouw alleen of met een vriendin ontspannen in Paramaribo rondlopen. Veel mannen beschouwen charmeren als een spel. Ze gedragen zich weliswaar vaak uitdagend, maar tegenover onbekenden zijn ze zelden echt opdringering of agressief. Meestal beperken ze hun aandachttrekkerij tot "ge-psssssst" tussen de tanden of het roepen van een willekeurige exotische meisjesnaam. Negeer ongewenste avances en wees duidelijk als u vindt dat een man te ver gaat. Mijnd, vooral 's avonds, broeierige milieus zoals bars waar alleen mannen zitten.

Op feestjes dansen heel wat mannen graag 'close'. Als het armenwerk niet voor voldoende afstand kan zorgen, zeg dan dat u liever 'los' danst.

's Lands wijs, 's lands eer.
Een typisch Surinaams advies is "NOSPANG!!"
Vrij vertaald; "MAAK JE NIET DRUK!"

Hiermee reageert men op het jachtige gedrag van toeristen en op soms erg snel geuite verontwaardiging. Probeert u zo'n nospang houding eigen te maken, in ieder geval voor zolang u in Suriname bent. Want meestal leidt verongelijkt gedrag er alleen maar toe, dat de Surinamer zijn schouders ophaalt en wegloopt of lacht om uw boosheid.